Plagen hoort bij sinterklaas, net als pepernoten en een verdwaalde schoen. Een plagerig gedicht is dan ook de natuurlijke volgende stap van een grappig gedicht: scherper, directer en precies daarom lastiger. Je zoekt iets wat de persoon zelf ook weet, en dat zeg je net iets harder dan normaal.
Het verschil tussen een roast en een belediging zit in drie dingen. Gaat het over gedrag? Lacht de persoon er zelf om? En zou je het ook zeggen met opa en oma erbij? Zo ja, dan zit je goed. Zo nee, dan schrap je die regel, hoe leuk je hem ook vond.
Hieronder staan plagerige gedichten per doelgroep. Kopieer wat past en pas de details aan. Meer over de grens lees je in plagen in een gedicht: waar ligt de grens?. Zoek je iets lichters? Kijk dan bij grappige sinterklaasgedichten.
Plagen voor vrienden en vriendinnen
Vrienden kunnen tegen een stootje. Gebruik de gewoontes die iedereen kent, zoals altijd te laat of nooit antwoorden in de groepsapp.
Beste [naam], de Sint zag je lopen op straat,
met je neus op het scherm en je hoofd in de staat
van "ik kijk nog heel even", drie uur achtereen,
tot je bijna de lantaarnpaal kuste, alleen.
Je weet wie er trouwt, wie er scheidt en wie danst,
maar wat oma vroeg aan tafel? Daarvan heb je geen kans.
De Sint heeft een voorstel, en Piet vindt het goed:
één avond het ding in een la, voor de moed.
Dus hier is een pakje, en kijk eens omhoog:
daar zitten je mensen, en die kijken je aan, oog in oog.
Lieve [naam], de Sint zag je tasje op de kast,
de rits zat al jaren half open, en vast.
Er zat een kwastje in uit groep acht, nog van het kamp,
en een glitterspul dat altijd lekt, wat een ramp.
Piet telde tien lippenstiften, en zei: "Allemaal rood."
Jij lachte: "Nee, Piet, het verschil is heel groot!"
Dus hier is iets nieuws, maar het past er niet in:
dus begin maar een tweede, dat is een goed begin.
Beste [naam], de Sint keek om drie uur naar binnen,
en zag jou met een headset en een blik van: "we winnen!"
Je schreeuwde "cover me!" en je buurman werd wakker,
en je moeder riep: "Slapen!" Jij riep: "Zo, nog één, makker."
Je kent elke map, elke skin, elke truc,
maar de vaatwasser inruimen? Dat wordt een stuk
lastiger, want daar is geen tutorial van,
al heeft Piet gezegd dat hij je er best mee helpen kan.
Dus hier is een pakje, game on, maar beloof:
morgen op tijd op, en niet weer "even doof".
Beste [naam], de Sint deed mee aan een quiz,
en wie had alles goed? Jij. Je had niets mis.
Je weet hoe lang een slak slaapt, en hoe hoog een gans vliegt,
en je zegt het zo zeker dat niemand denkt dat je liegt.
Op een feestje vertel je je feitjes, één voor één,
en dan staat de rest bij de chips, en jij daar alleen.
Piet vroeg: "Hoeveel pepernoten passen er in mijn zak?"
en jij wist het meteen, en ook nog hoeveel er brak.
Dus hier is een quiz, voor jou alleen gemaakt,
met vragen over jezelf: eens kijken of je die raakt.
Plagen voor broer of zus
Broers en zussen weten alles over elkaar. Dat is een voordeel, zolang je het bij gedrag houdt en uit de buurt van oude pijnpunten blijft.
Beste [naam], de Sint stond een uur voor de deur
van de badkamer, want jij stond onder de douche, met gebeur.
Het water was koud, de spiegel was mist,
en de rest van het huis had zich al weken vergist
in de hoop dat jij ooit nog korter zou zijn,
maar nee, broertje, jij bent een douche-kampioen, fijn.
En de wifi? Die is traag, en we weten wel waarom:
jouw game staat te downloaden, zo'n twintig keer, dom.
Dus hier is een pakje, en de Sint vraagt beleefd:
tien minuten per douche, zodat de rest ook nog leeft.
Hé [naam], de Sint kwam bij jou eten, heel blij,
en kreeg pasta met ketchup, en een kaasje erbij.
Op maandag pasta, op dinsdag pasta ook,
en op zondag, als het feest is: pasta met look.
Je kookt al tien jaar precies hetzelfde gerecht,
en je noemt het "mijn specialiteit", en dat is terecht.
Dus hier is een kookboek, en zo te zien
staat er geen pasta in. Nou ja, misschien.
Hé [naam], de Sint heeft het allemaal gezien:
jij pakt de beste plek op de bank, al jaren of tien.
Je pikt mijn oplader, je eet mijn snoep op,
en als ik boos word, zeg jij: "Rustig, joh, stop."
Maar als iemand mij pest, dan sta jij vooraan,
en dan durft er niemand meer naar mij toe te gaan.
Je bent soms een plaag, maar je bent wel mijn maat,
de beste broer die er te vinden is in de straat.
Dus hier is een zak snoep, helemaal voor jou, maar
blijf van de mijne af, minstens één jaar.
Lieve [naam], de Sint kwam langs met een plan,
en jij zei meteen: "Nee Sint, dat kan beter, kijk dan."
Je weet alles beter, van het weer tot de weg,
en meestal klopt het ook, en dat is pech.
Je appt me: "Neem een jas mee, het wordt vanavond koud,"
en ik denk: welnee. En ja hoor, dat was fout.
Dus hier is je pakje, zelf ingepakt door Piet:
en wist jij al wat erin zat? Zeg het dan maar niet.
Plagen voor collega's
Plagen op kantoor vraagt om voorzichtigheid. Houd het bij werkgewoontes, koffie, vergaderingen en de printer.
Beste [naam], de Sint zag een toren bij je bed,
van twintig boeken, nog in het plastic, heel net.
Je koopt er steeds één, als je langs de winkel gaat,
en zegt: "Die lees ik straks," maar straks wordt altijd laat.
De Sint vroeg aan Piet: "Hoe hoog wordt die nog?"
Piet zei: "Tot het plafond, en daarna door het dak, toch?"
Dus hier is er nog één, voor de top van je toren:
lees hem eerst, dat zou de Sint heel graag horen.
Beste [naam], de Sint keek eens in je la,
en vond daar wat bonnen, en hij keek ze eens na.
Een bon voor de bios, van twee jaar terug,
en eentje voor de sauna, nog gekreukt op de rug.
Ze zijn bijna verlopen, en de Sint zei: "Och,
die gebruikt [naam] vast nog wel, op tijd, toch?"
Piet schudde zijn hoofd: "Die liggen er al jaren,
want [naam] vindt bonnen heel leuk om te bewaren."
Dus hier is er nog één, maar de Sint stelt een eis:
gebruik hem nog dit jaar, voor een feest, of een ijs.
Beste [naam], de Sint was er al om negen uur,
en hij wachtte op jou, met een blik op de muur.
Om tien over negen ging toen de deur open:
"De brug!", riep je uit, en je kwam binnen gelopen.
Op maandag de trein en op dinsdag de wind,
op woensdag een sleutel die je nergens meer vindt.
De Sint schreef ze op, alle smoesjes op een rij,
en Piet zei: "Die verhalen, daar zit een goeie bij!"
Dus hier een cadeau, en de Sint zegt het zacht:
pak het uit, maar wel snel, want de vergadering wacht.
Beste [naam], de Sint zat vanmorgen erbij,
in de vergaderzaal, achteraan in de rij.
Het was tien voor half twaalf, de koffie was op,
toen ging jouw hand de lucht in: "Nog één vraag, stop!"
De Sint zag de klok en de notulist zuchten,
en Piet keek naar buiten en dacht al aan vluchten.
Maar eerlijk is eerlijk, je vraag was heel goed,
dus dankzij jou weet nu iedereen wat hij doet.
Hier is je cadeau, en het punt is heel klein:
pak het uit, en de rondvraag mag vandaag eens kort zijn.
Plagen voor familie en partner
Bij de naaste familie mag het persoonlijker, maar de regel blijft: gedrag wel, uiterlijk nooit.
Lieve [naam], de Sint stond op het dak,
en hoorde gezaag, dus hij dacht: timmerwerk, ja, zo'n vak.
Hij keek door het raam, maar er stond geen kist,
alleen jij op je rug, met een mond die niet wist.
De buren, die slapen met oordoppen in,
en de hond is verhuisd naar de schuur, naar het begin.
Je zegt dat je nooit snurkt, dat het de wind was, of zo,
maar de Sint heeft bewijs: een opname, hoho.
Dus hier is een pakje, pak uit, maar heel zacht,
want de rest van de straat is net ingeslapen vannacht.
Lieve mama, de Sint zag de stapel naast je bed,
twintig thrillers hoog, met een lamp erop gezet.
Je zegt om twaalf uur: "Nog één hoofdstuk, dan,"
en om drie uur roep je: "Ik wist het, het was die man!"
Je raadt elke dader al op pagina tien,
en dan zeg je: "Die butler, die had ik al gezien."
Je kijkt naar de buurman en fronst je wenkbrauw:
"Waarom zet hij zijn vuilnisbak 's avonds zo gauw?"
En de Sint? Die kwam laat, en dat vond jij verdacht,
dus je vroeg naar zijn alibi, met een glimlach, heel zacht.
Bij films is het erger, zegt iedereen vaak:
"Niet verklappen!" Maar jij zegt het toch, met smaak.
Dus kijkt de familie nu met koptelefoon op,
want anders roep jij na tien minuten: "De butler, stop!"
Daarom een boek, van de Sint en van Piet:
en deze keer raad je de dader echt niet.
Beste oma, de Sint kreeg een spraakbericht binnen,
van vier minuten, en het moest nog beginnen.
Je zei eerst drie keer: "Hallo? Hoor je me wel?"
en daarna een kwartier over de kat en de bel.
Je stuurt elke ochtend een plaatje met "Goedemorgen",
met glitters en roosjes en "Fijne dag, geen zorgen!"
De familieapp piept wel honderd keer per dag,
en elke keer weer met een duim of een lach.
Dus hier is een cadeautje, maak er een foto van,
en stuur hem maar door, zo snel als je kan.
Beste opa, de Sint zag je zitten in je stoel,
met de krant en een pen en een vastberaden doel:
de kruiswoordpuzzel af nog vóór het ontbijt,
want zeven horizontaal ben jij nooit kwijt.
Je leest ook het nieuws en je hebt een mening klaar,
over voetbal, het weer en het verkeer van dit jaar.
En vraagt oma: "Help je even met de vaat?"
Dan zeg jij: "Nog één woord, dan ben ik paraat."
Dus hier is een puzzelboek, dik als een steen,
met tweehonderd puzzels, voor jou alleen.
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Stel jezelf drie vragen vooraf Lacht de persoon zelf hier ook om? Gaat het over gedrag in plaats van uiterlijk? Zou je het hardop zeggen met de hele familie erbij? Drie keer ja is veilig.
- 2 Plaag over wat iemand kiest, niet wie iemand is Een hobby, een gewoonte of een koppige mening is een keuze. Daar mag je mee plagen. Lichaam, gezondheid, geld en relaties niet.
- 3 Maak jezelf ook belachelijk Een regel waarin de schrijver zelf een veeg uit de pan krijgt, haalt de scherpte eruit en maakt de rest lichter.
- 4 Eindig altijd warm Een roast die in lof eindigt, werkt. De laatste twee regels zijn lief of verbinden het plagen met het cadeau.
- 5 Test het op een buitenstaander Lees het aan iemand voor die niet bij de grap betrokken is. Fronst die, dan schrap je de regel.