Een cadeaubon krijgt vaak een scheef gezicht, maar met een gedicht erbij verandert dat meteen. Je zegt in rijm dat je geen risico wilde nemen, dat de ontvanger dit beter weet dan jij en dat je hem of haar graag zelf laat kiezen. Dat is een eerlijk en grappig uitgangspunt.
Het geheim van een goed gedicht bij een cadeaubon is dat je de bon een rol geeft. Is het een bon voor het favoriete restaurant? Dan is het gedicht een uitnodiging. Is het een bon voor kleding? Dan is het een compliment. Begin bij de persoon, laat de Sint iets zien dat ermee te maken heeft en eindig met de bon.
Hieronder vind je gedichten bij een cadeaubon, grappig en voor collega’s of tieners. Kopieer wat past en vervang de details tussen [haken]. Heb je liever een andere vorm? Bekijk dan het gedicht bij geld of de pagina over een sinterklaasgedicht bij een cadeau.
Grappig bij een cadeaubon
Eerlijk in rijm dat de Sint het ook niet wist, en dat zelf kiezen eigenlijk beter is.
Beste [naam], de Sint keek eens in je la,
en vond daar wat bonnen, en hij keek ze eens na.
Een bon voor de bios, van twee jaar terug,
en eentje voor de sauna, nog gekreukt op de rug.
Ze zijn bijna verlopen, en de Sint zei: "Och,
die gebruikt [naam] vast nog wel, op tijd, toch?"
Piet schudde zijn hoofd: "Die liggen er al jaren,
want [naam] vindt bonnen heel leuk om te bewaren."
Dus hier is er nog één, maar de Sint stelt een eis:
gebruik hem nog dit jaar, voor een feest, of een ijs.
Beste [naam], de Sint heeft gezocht, dag en nacht,
hij liep door de winkels, van tien uur tot acht.
Een sjaal? Die heb je. Een boek? Al gelezen.
Een mok? Er staan er al twaalf, dat was te vrezen.
Piet zei: "Neem een hoed, of een eend, of een vis!"
Maar de Sint dacht: "Dan zit ik er vast weer mis."
Dus hier is een bon, en dan kies jij het maar:
dan weet de Sint zeker: het is raak, dit jaar.
Lieve [naam], de Sint zag je rijden, wel tien keer,
naar zwemles en judo, en dan weer heen en weer.
Je kent elke drempel, elk stoplicht, elke straat,
en je weet welke route er het snelste gaat.
Je wacht in de auto, in de regen, met thee,
en op de achterbank rijdt er altijd een vriendje mee.
De Sint zei tegen Piet: "Wat een rijdende held,
ze heeft meer kilometers dan mijn paard ooit telt."
Dus hier is een bon voor de sauna, voor jou,
en vandaag fietsen wij zelf, door de regen en kou.
Hé [naam], de Sint wilde iets kopen voor jou,
maar wat vind je leuk? Dat verandert zo gauw.
Vorige week was het roze, nu is het juist zwart,
en wat gisteren leuk was, is vandaag al apart.
Dus de Sint doet het zo, in een envelop, dicht:
koop zelf maar wat moois, en stuur hem een bericht.
Lieve [naam], de Sint ging met je mee naar de stad,
je zei: "Alleen kijken," maar je kocht van alles wat.
Een jas en een tas en twee sjaals in het rood,
want de uitverkoop, zei je, was nu toch echt groot.
Piet droeg de tassen, wel zeven of acht,
en zei: "Dit is erger dan pakjesavond," heel zacht.
Dus hier is een bon voor een middagje uit,
maar Piet blijft thuis, dat is wat de Sint besluit.
Voor collega's
Een bon op kantoor is veilig, een gedicht erbij maakt het persoonlijk.
Lieve [naam], de Sint kent jouw smaak niet zo goed,
want jij weet zelf het beste wat je hebben moet.
De Sint stond in de winkel, met Piet, een heel uur,
bij de truien, de spellen, en de lampen aan de muur.
Maar wat kies je voor iemand die zelf het beste weet?
Dat is iets wat de Sint nu nooit meer vergeet.
Dus hier is een bon, en de keuze is aan jou:
zoek iets uit wat jij mooi vindt, al is het groen of blauw.
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Maak er een bewuste keuze van Een bon is geen luie keuze, maar een gunst. Laat de Sint zeggen dat de ontvanger dit beter zelf weet.
- 2 Noem de winkel of het doel Een boekenbon, een bon voor de bioscoop of een bon voor de kapper geeft je concrete rijmwoorden en laat zien dat je nadacht.
- 3 Gebruik de bon als ontknoping Bouw op naar de laatste regels. De bon is dan de verrassing en de ontvanger mag zelf de rest invullen.
- 4 Plaag over de moeilijke smaak Iedereen heeft een vriend of collega die niets nodig heeft. Gebruik dat, zonder iemand tekort te doen.