Een sinterklaasgedicht bij een chocoladeletter is het kleinste formaat dat je kunt schrijven, en daarom een van de lastigste. Er is geen ruimte voor een inleiding en niemand heeft zin in een betoog terwijl er chocola wacht. Hou het bij vier tot acht regels, één grap, één persoon en één letter.
Het mooie van de chocoladeletter is dat het cadeau zelf de grap kan zijn. De beginletter van de naam, de vraag wie de eerste hap neemt of de letter die nooit heel blijft: het ligt er allemaal bij. Begin bij de persoon, laat de Sint iets zien en eindig bij de letter. Dat is het hele recept.
Hieronder vind je korte rijmpjes, grappige varianten en gedichten voor collega’s en kinderen. Kopieer wat past en vervang de details tussen [haken]. Heb je meer cadeaus in huis? Kijk dan op de pagina over een sinterklaasgedicht bij een cadeau. Of lees hoe je het kort houdt in tips voor een kort sinterklaasgedicht.
Kort bij een chocoladeletter
Vier tot acht regels, precies genoeg om te lezen terwijl iemand de folie eraf trekt.
Lieve [naam], je letter was nergens meer te zien,
dus nu krijg je een X, dat past ook wel, misschien.
Een X is een kus, zegt Piet, en dat is wel zo fijn:
zo'n kus van chocola mag best wat groter zijn.
Lieve [naam], de Sint wilde je hele naam,
in letters van chocola, op een rij voor het raam.
Maar Piet hield de wacht, en hij at er één op,
en toen nog een paar, en toen riep de Sint: "Stop!"
Dus van al die letters bleef er eentje over, kijk nou:
de eerste, de mooiste, en die is voor jou.
Lieve [naam], je letter is nog bijna heel,
op één hoekje na, maar dat is niet veel.
Piet moest even proeven, voor de kwaliteit,
en hij zegt: "Heel lekker!" Dat hoekje ben je kwijt.
Lieve [naam], de Sint zag je zingen bij het vuur,
je zong voor hem een liedje, wel een heel uur.
Je zette je schoen, met een tekening erin,
van de Sint op zijn paard, en dat was precies zijn zin.
Dus hier is een letter van lekkere chocola,
de eerste van je naam: zing maar, dan zing ik je na.
Een letter van chocola, de eerste van je naam,
de Sint heeft hem bewaard, veilig achter het raam.
Delen mag van de Sint, dat vindt hij heel lief,
maar Piet knipoogt: "Alleen opeten is ook een prima gerief."
Grappig bij een chocoladeletter
Over de eerste hap, de letter die nooit heel blijft en het stukje dat stiekem al weg is.
Beste [naam], de Sint liep langs alle bureaus,
en hij gaf elke collega een letter uit de doos.
Toen kwam hij bij jou, en hij zei: "Kijk eens hier,
jouw eigen letter, met een strik van papier."
Je zet hem op je bureau, en dat ziet iedereen,
om tien uur is de helft weg, want jij deelt meteen.
De Sint vroeg aan Piet: "Waarom deelt die zo graag?"
Piet zei: "Zo is die nu eenmaal, en niet pas vandaag."
Dus hier is je letter, en de Sint zegt: wees wijs,
hou het laatste stukje zelf, dat is jouw prijs.
Lieve [naam], de Sint wil heel graag iets weten:
waar begin jij als je je letter gaat eten?
Bij het puntje, bij het pootje, of eerst aan de rand?
Of hou je hem vast tot hij smelt in je hand?
Piet begint bij de onderkant, dan valt hij neer,
en de Sint breekt hem in stukjes, voor elke dag een keer.
Dus hier is je letter, zet je tanden er maar in,
en vertel het de Sint: waar is jouw begin?
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Speel met de beginletter Een M van Mila, een T van Thijs. Laat het gedicht beginnen of eindigen met die letter, dan is het meteen persoonlijk.
- 2 Houd het bij vier regels Een chocoladeletter is snel uitgepakt. Vier regels lees je voor in tien seconden, dat is de goede maat.
- 3 Rijm op de letter zelf Letter is lastig om op te rijmen, dus laat de rijmwoorden liever op een eigenschap van de persoon rijmen en noem de letter midden in de regel.
- 4 Maak de eerste hap het grapje Plaag over de snelheid waarmee de letter verdwijnt, of dat de hele familie al haar deel heeft gehad. Dat is herkenbaar en veilig.