Snoep en pepernoten horen bij sinterklaas zoals een strik bij een cadeau: je kunt niet zonder. Dat maakt een gedicht erbij een leuke uitdaging, want het cadeau is klein, vertrouwd en iedereen kent het. Het gedicht moet dan zelf het verschil maken.
Een sinterklaasgedicht bij snoep of pepernoten blijft het best kort. Begin bij de ontvanger, laat de Sint iets zien en eindig met het zakje, de schaal of de doos. Voor kinderen draait het om de snoep zelf, voor collega’s om het gezelschap en de koffie die erbij hoort.
Hieronder vind je gedichten bij snoep, kort en grappig, voor kinderen en collega’s. Kopieer wat past en vervang de details tussen [haken]. Heb je een chocoladeletter in huis? Bekijk dan een sinterklaasgedicht bij een chocoladeletter of ga terug naar alle cadeaus.
Kort bij snoep
Een zak pepernoten vraagt om een kort gedicht, vier tot acht regels.
Lieve [naam], je schoentje stond klaar,
met een wortel voor het paard, dat vond hij heel raar,
want het paard wil het liefst wat jij ook graag lust:
een pepernoot, een kus, en dan lekker rust.
Pepernoten, pepernoten, rollen door de gang,
[naam] raapt ze op, de hele middag lang.
Eén in je mond en één in je schoen,
wat moet de Sint nu met al die pepernoten doen?
Hier is een zakje, extra groot, extra vol:
pepernoten voor [naam], dat is pas lol!
Voor kinderen
Kinderen willen snoep, geen verhaal. Houd het kort en maak het kind de hoofdpersoon.
Lieve [naam], de Sint hoorde een gil,
om half acht 's avonds: "Nee, ik wil niet, ik wil!"
Het was tandenpoetsen, de borstel stond klaar,
maar jij rende de trap op, met je knuffel en haar.
Toch at je vanmiddag wel twaalf pepernoten,
en drie chocolaatjes, de Sint telde al die noten.
Dus de Sint maakt een deal, en Piet is getuige:
poetsen, elke avond, en dan mag je juichen.
Want hier is een pakje, met iets lekkers erin,
en morgen die borstel, met een grote grijns, vol zin.
Lieve [naam], de Sint zette een schaal op tafel,
met pepernoten, kruidnoten en een wafel.
Hij draaide zich om, voor zijn staf en zijn boek,
en toen hij weer keek, was alles al zoek.
Piet keek naar jou, en jij keek naar Piet,
en jullie zeiden allebei: "Ik was het niet!"
Maar op jouw trui zat een kruimel, heel klein,
en de Sint dacht: "Dat zal dan geen toeval zijn."
Dus hier is een zak, en die is voor jou alleen:
eet hem maar leeg, de Sint kijkt er even overheen.
Voor collega's
Een schaal pepernoten op kantoor of een zakje strooigoed op het bureau. Netjes en met een knipoog.
Beste [naam], de Sint kwam langs op je plek,
en zag daar de snoeppot, en kreeg meteen trek.
Iedereen komt even buurten, voor een praatje en een drop,
en om drie uur is de pot alweer helemaal op.
Dan vul jij hem weer, uit een la vol met zakken,
en de hele afdeling komt weer wat pakken.
Dus hier is je pakje, voor de pot en de la:
deel het maar uit, maar hou er eentje voor jezelf, ja?
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Maak het zoet en kort Snoep is een klein cadeau, dus een kort gedicht past het beste. Vier tot acht regels, één grap, één persoon.
- 2 Speel met het seizoen Pepernoten, strooigoed, taaitaai en kruidnoten zijn woorden die direct sinterklaas oproepen en makkelijk rijmen.
- 3 Laat de Sint stiekem meesnoepen Dat de Sint of Piet al een paar heeft gehad is herkenbaar en veilig als grap. Zo heb je een natuurlijke slotregel.
- 4 Pas de toon aan op de ontvanger Voor een kind speels, voor een collega luchtig. Over gewicht of tanden maak je nooit een grap.