Een lang sinterklaasgedicht is een risico. Na twaalf regels zoekt de helft van de tafel naar zijn cadeau, en na twintig regels zit de ander op zijn telefoon. Toch kan een lang gedicht prachtig werken, als het verhaal een begin, een midden en een eind heeft.
Het geheim is opbouw. Geef elke strofe van vier regels een eigen taak: de persoon, het verhaal, de grap en het cadeau. Dan weet de luisteraar steeds waar hij is, en wacht hij nieuwsgierig op de clou. Gebruik gepaard rijm, blijf bij gelijke regels en laat de Sint de verteller zijn, dan blijft het ritme op koers.
Hieronder staan lange gedichten voor verschillende toon en gelegenheid. Twijfel je over de lengte? Lees dan hoe lang een sinterklaasgedicht mag zijn. Kort is meestal beter, maar lang kan uitstekend werken voor een hele familie of een groot cadeau.
Lange gedichten van 12 tot 16 regels
Drie of vier strofen. Genoeg ruimte voor een verhaal, kort genoeg om de aandacht vast te houden.
Hallo [naam], ik ben het, het paard van de Sint,
ik schrijf met mijn hoef, dus vergeef het als je een vlek vindt.
Ik draaf elke nacht over daken, heel zacht,
met de Sint op mijn rug, en Piet die achter me lacht.
Bij jou op het dak was het glad, en het vroor,
en ik gleed bijna uit, maar ik ging gewoon door.
Toen rook ik iets lekkers, zo zoet en zo fijn,
door de schoorsteen omhoog: dat moest een wortel zijn!
Ik at hem in één hap, en daarna nog een,
want jij had er twee in je schoen, en dat zag ik meteen.
Piet zei: "Hé, paard, die tweede was voor mij!"
Maar ik deed alsof ik niks hoorde, en was heel blij.
Dus [naam], bedankt, van mijn manen tot mijn staart,
jij bent, zegt het paard, een hele wortel waard.
Dit pakje heb ik zelf gedragen, de hele nacht,
en ik zette het voor je neer, heel stil en heel zacht.
Lieve opa en oma, de Sint schrijft het op:
bij jullie logeren, dat is echt de top.
Daar mag je wat thuis eigenlijk nooit mag,
pannenkoeken als ontbijt en ijs midden op de dag.
Opa leest voor met een stem voor elk beest,
en de wolf is bij hem altijd het allerengste geweest.
Oma maakt bedjes met een deken van wol,
en de koektrommel is wonder boven wonder altijd vol.
De Sint keek door het raam, om half elf in de nacht,
en daar zaten ze te kaarten, en iedereen lacht.
"Bedtijd?" vroeg opa, "Dat zien we nog wel,
eerst wint oma nog drie keer dit kaartspel."
Dus hier is een fotoboek vol logeerplezier,
van de pannenkoeken tot de stem van elk dier.
De Sint zegt: zet het neer op de kast in de gang,
en het volgende logeerpartijtje duurt twee keer zo lang.
Lieve pap en mam, de Sint kwam langs met een vraag:
"Wat wil je je ouders nu eindelijk zeggen, vandaag?"
Ik dacht aan de fiets, aan het zijwieltje eraf,
aan papa die losliet en mij dat vertrouwen gaf.
Aan de broodjes met hagelslag, elke ochtend weer klaar,
aan schoolreisjes, ruzies en de herrie van mijn gitaar.
Aan de deur die openging, ook om drie uur in de nacht,
en het licht in de gang, omdat iemand nog wacht.
Ik woon nu op mezelf, met een eigen adres,
maar ik bel nog steeds op voor een recept of een les.
Hoe lang moet de rijst? Hoe ontstop je een gootsteen?
Jullie weten het altijd, en ik sta nooit alleen.
De Sint zei: "Dat is mooi, zeg het maar hardop,
of schrijf het op papier, met een strik erop."
Dus hier is mijn pakje, het is maar een gebaar:
dank jullie wel, voor alles, en voor elk jaar.
Lieve [naam], de Sint vroeg me laatst aan de deur:
"Wat maakt jou zo blij? Wat geeft jouw leven kleur?"
Ik zei: "Dat is simpel, het zijn kleine dingen,
zoals jij, die onder de douche staat te zingen.
De koffie die klaarstaat, nog voor ik het vraag,
het briefje op de koelkast: 'Fijne dag vandaag.'
De ruzie om de thermostaat, die we nooit beslechten,
en hoe we om het laatste stukje taart nog vechten.
Je arm om me heen als de film te eng is,
en hoe zeker je de weg weet, al rijd je drie keer mis.
Het liedje dat we zingen, vals, maar met z'n twee,
en de dansjes in de keuken, met de pollepel mee."
De Sint knikte en schreef het op, heel klein,
en zei: "Wat fijn om zo samen te zijn."
Dus hier is een fotoboek, van ons, van dit jaar,
van de kleine dingen, en van ons, met elkaar.
Lang en grappig
Een lang gedicht werkt als de grappen opbouwen. Eén detail per strofe, en de clou bewaar je voor het eind.
De Sint stuurde je een appje: "Hoi, hoe is het met jou?"
Twee vinkjes, toen blauw, maar je antwoordde niet gauw.
Pas na drie uur kwam er antwoord: alleen maar een "k".
Piet legde het uit: "Sint, dat betekent gewoon: ja."
Toen stuurde de Sint: "Wat wil je dit jaar?"
en jij stuurde een lijst, met zeven links, en klaar.
De Sint klikte erop, maar hij snapte er niets van,
dus Piet zei: "Laat mij maar, ik weet hoe dat kan."
Toen vroeg de Sint nog: "Ben je wel lief geweest?"
en jij stuurde drie engeltjes: dat zegt toch het meest.
De Sint keek het na in zijn grote boek,
en daar stond: "Kamer vol, en weer sokken zoek."
Maar toch zei de Sint: "Ik ben trots, en terecht,
want [naam] is grappig, en eerlijk, en echt."
Dus hier is je pakje, Piet bestelde het snel.
App je terug? Meer dan een "k" mag ook wel.
Hé [naam], de Sint hoorde zondag een schreeuw,
zo hard dat de buren dachten: daar is een leeuw.
Maar het was jij, voor de tv, met een sjaal,
want de scheids floot verkeerd, voor de honderdste maal.
Je zou zelf de trainer zijn, dat zeg je al lang,
maar bij elke strafschop kijk je weg, want je bent bang.
Je hebt een geluksshirt dat nooit in de was mag,
want dan verliezen ze, zeg jij, en dat is een slechte dag.
Piet keek één keer mee, maar dat doet hij niet meer,
want bij de goal ging zijn chocomel over zijn veer.
Zelfs de Sint snapt nu buitenspel, want jij legde het uit,
met pepernoten op tafel, en een theelepel als fluit.
En als ze dan winnen, dan bel je meteen,
en zing je het clublied, al ben je alleen.
Dus hier is een shirt van je club, met je naam,
en de buren krijgen van de Sint een dubbel raam.
Lieve [naam], de Sint liep een dag met je mee,
van de koffie om zeven tot je laatste kop thee.
De wekker liep af, en jij zei: "Nog vijf minuten,"
en Piet stond al klaar, met zijn neus tegen de ruiten.
Toen ging je op pad, met een broodje in je hand,
en de Sint fietste mee, op het fietspad, aan de kant.
Je werkte, je lachte, je hielp wie het vroeg,
en om vijf uur dacht je: zo, dat was weer genoeg.
's Avonds was het tijd voor [hobby], heel fijn,
en de Sint zag hoe blij je daarvan kunt zijn.
Piet viel in slaap, met zijn muts op zijn neus,
en de Sint gaapte ook, maar dan eentje als een reus.
De Sint schreef het op, in zijn boek, voor het feest:
wat een gewone dag, maar wat is het mooi geweest.
Dus hier is een pakje, voor jouw gewone dag,
zodat jij morgen weer opstaat met een lach.
Lieve [naam], de Sint pakte zijn grote boek,
en bladerde terug naar januari, naar de hoek
waar jij stond, met goede voornemens en een plan:
meer sporten, minder snoep, en "dit jaar kan ik het, man".
In februari was het plan alweer kwijt,
maar jij was er wel, bij elk feest, elke tijd.
Maart bracht de regen, april bracht de zon,
en jij bracht de koffie, elke ochtend, met een bon.
De zomer was lang, met een reis naar [plek],
waar je verdwaalde, maar lachend, zonder gebrek.
September kwam snel, oktober was nat,
en november, dat weet je, is de maand van dít en dát.
De Sint keek het door en zei toen tegen Piet:
"Dit was een goed jaar, voor [naam], dat zie je, niet?"
Dus hier is een pakje, met liefde erin,
voor het jaar dat was, en het jaar dat nu nog begint.
Lang en lief
Voor oma, opa, ouders of je partner. Een persoonlijk verhaal dat mag uitpakken, met de Sint als verteller.
In Spanje, in de zon, zei de Sint op een dag:
"Piet, pak alle pakjes, en hijs maar de vlag!"
De stoomboot werd volgeladen, met dozen en zakken,
en Piet zat al klaar, met een schaar, om in te pakken.
Ze voeren de zee over, door weer en door wind,
en de Sint stond aan dek, en hij zong als een kind.
Bij Frankrijk een storm, en de boot ging tekeer,
en het boek met de namen gleed van tafel, en neer.
Maar Piet ving het op, net voordat het viel,
en de Sint zei: "Zo, Piet, dat boek is mijn ziel!"
En toen, op een ochtend, in de mist, heel vroeg,
zag Piet de kust, en riep: "Land!", vanaf de boeg.
Toen op het paard, over daken en straten,
waar mensen nog zaten te zingen en te praten.
En onderaan de bladzijde, met een krul, stond jouw naam,
en nu staat de Sint met dit pakje voor je raam.
Lieve opa, de Sint zat bij jou aan de thee,
en jij nam hem meteen naar vroeger mee:
naar de school met de kachel, de fiets zonder band,
en de zomers met je broertjes op het zonnige strand.
De Sint hing aan je lippen, Piet at een koek,
en schreef alles op in het grote Sintboek.
Want elk verhaal wordt mooier, elke keer weer,
en de fiets van toen heeft elk jaar een versnelling meer.
De kleinkinderen kreunen: "Die hebben we gehoord!"
maar ze vragen erom, bij elk feest, woord voor woord.
Dus vertel ze maar, opa, ze zijn het nooit zat,
want jouw verhalen zijn onze mooiste schat.
De Sint geeft je een boek met pagina's, nog wit,
schrijf daar je verhalen in, met alles wat erin zit.
Dan lezen we later, bij de thee, op de bank,
jouw verhalen nog eens, en we zeggen: opa, dank.
Lieve [naam], de Sint kwam langs, maar je deur was dicht,
er hing alleen een kaartje: "Ben op reis, zie bericht."
Dus de Sint pakte zijn paard en ging achter je aan,
naar Lissabon, en daarna naar een vulkaan.
Je slaapt in een hangmat, je zwemt in de zee,
en je neemt uit elk land een souvenirtje mee.
De familieapp loopt vol met foto's, elke dag:
een strand, een berg, en jijzelf met een lach.
Piet raakte je kwijt in een bus in Peru,
want jij stapte uit en zei: "Hier blijf ik nu!"
De Sint werd wat moe, zijn mijter zat scheef,
en zei: "Ik ben blij dat ik gewoon in Spanje leef."
Dus hier is een reisgids, van de Sint en van Piet,
met plekken waar jij nog nooit was, en veel zijn het niet.
En kom je weer thuis, dan staat de thee voor je klaar,
en vertel je ons alles, tot het eind van het jaar.
Lang voor een groot cadeau
Een groot cadeau, een bijzonder jaar of een gedicht voor het hele gezin. Hier is de ruimte voor.
Hier is het weerbericht, gelezen door Piet:
in huize [naam] is er storm, maar die zie je niet.
Er waait een harde wind uit de kinderkamer,
en in de garage klinkt de donder van een hamer.
Bij mama is het zonnig, met kans op een lach,
de kinderen zijn wisselvallig, al de hele dag.
Bij papa is het bewolkt: hij zoekt zijn sleutel weer,
maar in de loop van de avond klaart het op, deze keer.
In de gang ligt een laag van schoenen en jassen,
en bij de voordeur is er kans op kleine plassen.
De temperatuur stijgt, er hangt spanning in de lucht,
en uit de schoorsteen komt een heel verdacht gerucht.
Vanavond drijft er een warmtefront over het huis,
met pepernoten, en Piet zit op het dak als een muis.
Het advies van de Sint: blijf lekker binnen, met thee,
en pak dit cadeau uit, het weer werkt vanavond mee.
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Geef elke strofe één taak De eerste strofe stelt de persoon voor, de tweede en derde bevatten de grap of het verhaal, de laatste brengt het cadeau. Zo blijft een lang gedicht overzichtelijk.
- 2 Houd het ritme gelijk Blijf bij tien tot veertien lettergrepen per regel. Een lang gedicht met wisselend ritme struikelt bij het voorlezen.
- 3 Schrap alles wat niet nodig is Is een strofe alleen opvulling, haal hem eruit. Vierentwintig regels is een maximum, geen doel.
- 4 Varieer in toon Begin luchtig, wissel af met iets warms en eindig met de grap. Eén toon van begin tot eind wordt lang.
- 5 Oefen het voorlezen Lees het hardop in de tijd van een eerste kop koffie. Duurt het langer dan twee minuten, dan is het te lang voor de tafel.