Een sinterklaasgedicht schrijven voelt voor veel mensen als een examen waar ze niet voor hebben geleerd. Het papier blijft leeg, het rijmwoordenboek ligt open bij “cadeau”, en de koffie is koud. Maar een gedicht schrijven is geen talent, het is een volgorde. Als je de stappen in de goede volgorde doet, komt het gedicht er bijna altijd uit, ook als je al dertig jaar zegt dat je “niet kunt rijmen”.
Hieronder staan de zeven stappen die wij bij elk gedicht gebruiken. We laten ze zien aan de hand van één voorbeeld: een gedicht voor zus Lotte, die altijd te laat komt en een cadeaubon krijgt. Aan het einde staat het hele gedicht.
Stap 1: verzamel drie details
Het verschil tussen een goed en een saai sinterklaasgedicht zit niet in het rijm, maar in de details. “Je bent zo lief en zo leuk” past bij iedereen. “Je vergeet elke zaterdag je sleutels op de keukentafel” past bij één persoon.
Schrijf voordat je begint drie dingen op:
- Een gewoonte. Iets wat de persoon altijd doet of altijd vergeet. (Lotte komt altijd te laat.)
- Een hobby of voorkeur. Wat doet ze het liefst, wat eet of drinkt ze altijd? (Lotte drinkt thee uit een beker zo groot als een emmer.)
- Iets van dit jaar. Een verhuizing, een nieuwe baan, een vakantie, een kapotte auto. (Lotte heeft dit jaar een nieuwe fiets gekocht en is er al twee keer mee gevallen.)
Je gebruikt er uiteindelijk misschien maar één, maar met drie op papier zit je nooit vast. Voor een collega die je amper kent, lees je hoe je toch details vindt.
Stap 2: kies de toon
Lief, grappig of plagerig: kies er één en houd die vol. De meeste gedichten mislukken omdat ze halverwege van toon wisselen. Twee regels plagen, dan ineens “maar je bent toch zo lief”, dan weer een grap. Dat voelt alsof de schrijver er zelf niet uit is.
Een vuistregel: plagen over gedrag, nooit over lichaam, gezondheid, geld of relaties. Te laat komen is prima. Dat Lotte nog steeds geen baan heeft, niet. Bij twijfel kies je lief, dat is nog nooit verkeerd gevallen. Bij plagerige gedichten zie je waar de grens ligt.
Voor Lotte: plagerig, met een warm einde.
Stap 3: schrijf de laatste regel eerst
Dit is de stap die bijna niemand doet en die het meeste verschil maakt. Je weet wat het cadeau is, dus je weet waar het gedicht eindigt. Schrijf die laatste twee regels nu, voordat je aan het begin denkt.
Voor Lotte, die een cadeaubon krijgt:
Maar één ding wist hij niet: wat jij nog niet had, dus hier is een bon, dan kies je zelf maar wat.
Nu heb je een doel. Alles wat je hierna schrijft, loopt naar deze twee regels toe. En als je het begin lastig vindt: in twaalf openingszinnen die werken staat precies wat je in de eerste regel wel en niet doet.
Stap 4: kies het rijmschema en schrijf per paar
Gebruik gepaard rijm: AABB. Regel 1 rijmt op 2, regel 3 op 4. Dat is het rijmschema van bijna elk sinterklaasgedicht, en niet voor niets: je hoeft maar twee regels tegelijk te overzien.
De truc per paar: kies eerst het rijmwoord van de tweede regel, en schrijf dan de eerste regel daar naartoe. Rijmwoorden kies je concreet (deur, klok, fiets, thee), niet abstract (gevoel, geluk). Op de rijmmachine typ je een woord en zie je meteen wat erop rijmt; de lijst bij cadeau laat bijvoorbeeld zien dat er meer is dan “zo”.
Het eerste paar voor Lotte, geschreven naar “humeur” toe:
Lieve Lotte, de Sint wachtte vanmorgen bij de deur, om acht uur, zoals afgesproken, met een goed humeur.
Stap 5: klap het ritme mee
Een gedicht dat rijmt maar niet loopt, is vermoeiend om voor te lezen. Het ritme controleer je met de klaptest: lees de regel hardop en klap op elke lettergreep die nadruk krijgt. Twee regels die bij elkaar horen, moeten ongeveer evenveel klappen hebben, en ongeveer evenveel lettergrepen (tien tot veertien is een fijne lengte).
Deze regel liep niet:
Om half negen kwam je eindelijk aanrennen met je jas nog half aan,
Twintig lettergrepen, en je moet halverwege adem halen. Ingekort:
Om half negen kwam je aan, met je jas half aan, en riep: “Sorry, ik had geen wekker horen slaan.”
Haal woorden weg die er alleen staan om de regel vol te maken (“eindelijk”, “toch”, “heel erg”). Het gedicht wordt er altijd beter van.
Stap 6: lees het hardop voor aan iemand anders
Niet aan jezelf, aan iemand anders. Jij weet wat er staat en leest er overheen; een ander hoort meteen waar het hapert. Let op drie dingen:
- Waar struikelt de voorlezer? Dat is een ritmeprobleem, terug naar stap 5.
- Waar moet je uitleggen wat je bedoelt? Dat detail is te vaag, terug naar stap 1.
- Waar lacht de ander? Dat is de regel die je houdt.
Bij kinderen doe je nog een extra check: snappen ze elk woord? “Afgesproken” en “humeur” zijn prima, “desalniettemin” niet.
Stap 7: print het en leg het op het pakje
Een gedicht op een gekreukt kladje leest anders dan een gedicht op een net vel. Print het in een rustig lettertype, groot genoeg om voor te lezen in een kamer met gedimd licht. Vouw het op, leg het bovenop het pakje en zorg dat de voorlezer het pakje pas ná de laatste regel aangeeft. De ontknoping hoort bij het gedicht, niet ervoor.
Het gedicht voor Lotte
Zo ziet het resultaat van de zeven stappen eruit:
Lieve Lotte, de Sint wachtte vanmorgen bij de deur, om acht uur, zoals afgesproken, met een goed humeur. Om half negen kwam je aan, met je jas half aan, en riep: “Sorry, ik had geen wekker horen slaan.” De Sint kent dat al jaren, hij is eraan gewend, hij neemt een krant mee en leest tot jij er bent. Maar één ding wist hij niet: wat jij nog niet had, dus hier is een bon, dan kies je zelf maar wat.
Acht regels, één detail, één grap, en een cadeau als ontknoping. Meer heeft een goed gedicht niet nodig. Wil je het langer? Voeg één strofe toe over het tweede of derde detail uit stap 1, en laat het einde staan.
De stappen overslaan?
Soms heb je vijf gedichten te schrijven en één avond. Dan mag je de stappen ook door ons laten doen. Vul een naam, een hobby, een karaktertrek en het cadeau in bij de gedichtenmaker, en je krijgt een gedicht dat rijmt, loopt en naar het cadeau toe werkt. Geen AI: het is ons eigen algoritme met alinea’s die door mensen zijn geschreven, dus het rijmt altijd écht. Je krijgt het gedicht als pdf in je mailbox, klaar om te printen, en als je wilt pas je nog twee regels aan met een detail dat alleen jij weet. Dat is stap 1 en stap 7, en de rest doen wij.