Waarom de ontvanger de toon bepaalt
Een gedicht voor je collega leest anders dan een gedicht voor je oma, en dat is geen toeval. De relatie bepaalt hoeveel je mag plagen, hoe formeel de toon blijft en welke onderwerpen wel of juist niet aan bod komen. Kies daarom hieronder eerst voor wie je schrijft, en pas daarna voor de toon.
Voor familie
Opa en oma, ouders, kinderen, broer en zus en schoonfamilie vragen allemaal om een net iets andere toon: warm bij grootouders, leeftijdsafhankelijk bij kinderen, en voorzichtiger bij schoonfamilie die je nog niet zo lang kent.
Voor werk en school
Bij collega’s en de juf of meester ligt de lat net iets anders: luchtig genoeg om te lachen, veilig genoeg om niemand in verlegenheid te brengen.
Voor vrienden en je partner
Een gedicht voor je vriend, vriendin of partner mag het persoonlijkst van allemaal zijn, met ruimte voor herinneringen die alleen jullie samen delen.
Twijfel je over de toon?
Weet je niet zeker of je gedicht luchtig genoeg is, of juist te ver gaat? Kies dan de ontvanger hierboven: elke pagina geeft concreet advies over wat wél en wat beter niet in dat specifieke gedicht past.