Een sinterklaasgedicht eindigen lijkt makkelijker dan beginnen: je schrijft “groeten van Sint en Piet”, rijmt er “verdriet” of “niet” op en klaar. Maar het slot is juist het belangrijkste deel. Het is het laatste wat de luisteraars horen, het is het moment waarop het pakje opengaat, en het is de regel die iedereen nog weet als de pepernoten op zijn. Wie een gedicht sterk begint en dan slap eindigt, heeft het meeste werk voor niets gedaan.
Daarom: hoe eindig je een sinterklaasgedicht wél goed? Hieronder leggen we uit waarom het cadeau de ontknoping is, geven we tien slotregels om te kopiëren en kijken we naar de klassieke groet van Sint en Piet, en hoe je die beter maakt.
Het cadeau is de ontknoping
Een sinterklaasgedicht is een klein verhaal met een vaste bouw. Het begint bij de persoon (de Sint zag je dit of dat doen), het plaagt een beetje, en het loopt uit op het pakje. Dat pakje is de ontknoping. Net als in een mop is de laatste regel de clou, en de clou is: dit heeft de Sint voor jou meegenomen, en dáárom.
Dat betekent twee dingen voor het einde:
- Noem het cadeau niet eerder dan in de laatste twee regels. Als halverwege al duidelijk is dat er sokken in het pakje zitten, heeft de rest geen spanning meer.
- Verbind het cadeau met het detail uit het begin. Begon je over opa die elke zaterdag bij het water staat te vissen? Dan sluit je af met de thermosfles die hij krijgt, niet met een algemene wens.
Vergelijk deze twee eindes:
Dus veel plezier en tot volgend jaar, de Sint en de Pieten staan dan weer voor je klaar.
Dus hier, voor aan het water, iets warms tegen de kou: een thermosfles, met koffie, want de Sint denkt aan jou.
Het eerste einde kan onder elk gedicht van Nederland. Het tweede kan alleen onder dit gedicht. Dat is het verschil.
De klassieke afsluiting: “groeten van Sint en Piet”
Er is niets mis met een groet van de Sint. Kinderen verwachten hem zelfs. Het probleem is het rijm: “Piet” rijmt op “niet”, “verdriet” en “ziet”, en die drie woorden zijn inmiddels zo afgesleten dat de luisteraars de regel al kunnen meezeggen. Op de rijmwoorden op Piet zie je hoeveel keus er eigenlijk is.
Drie manieren om de groet te houden en toch te verrassen:
Zet de groet in de eerste regel van het slot, en het cadeau in de tweede.
Met een groet van de Sint, die het allemaal zag, en een pakje van Piet voor een extra fijne dag.
Laat de Sint en Piet iets dóen in plaats van groeten.
Piet tekent dit briefje, de Sint zet zijn stempel, nu rest alleen nog het pakje, daar, bij de drempel.
Geef de groet een knipoog die bij de persoon past.
De Sint en Piet zetten hun handtekening erbij, en wensen je plezier met wat hier ligt, van hen allebei.
10 slotregels om te kopiëren
Vervang wat tussen [haken] staat, of pas de tweede regel aan op het cadeau. Elk paar rijmt écht, dus je hoeft alleen de inhoud te laten kloppen.
Algemeen
- Genoeg gepraat, de Sint houdt nu zijn mond, / maak open, en kijk wat hij voor jou vond.
- De Sint moet nu door, naar het volgende adres, / dus pak uit, en de rest van de avond: veel succes.
- De Sint zwaait je toe, met Piet, vanaf het dak, / en wenst je veel plezier met wat er zit in de zak.
Met een hint naar het cadeau
- Wat erin zit, is zacht en warm en klein, / de Sint dacht: dat zal voor koude voeten zijn.
- Dit is het einde, de Sint gaat weer op pad, / maar kijk eerst eens wat de surprise bevat.
- Het pakje fluistert: “Ik wacht hier al een week, / dus scheur dat papier, voordat ik verder verbleek.”
Lief
- Je deed dit jaar zoveel voor iedereen hier, / dus de Sint zegt: dit pakje is voor jou, met plezier.
- Dit kleine pakje zegt wat woorden niet zeggen, / dank je, voor alles, dat wilde de Sint hier neerleggen.
Plagerig
- Dus volgend jaar graag iets minder gezucht, / en voor nu: dit pakje, met een kus door de lucht.
- En nu het pakje, waar je al uren op wacht, / de Sint wenst je veel plezier, en straks een goede nacht.
Regel 4 past bij een gedicht bij sokken, regel 5 bij een surprise, en regel 7 en 8 werken mooi bij een gedicht voor oma of iemand anders die je wilt bedanken.
Drie fouten in de laatste regels
De noodrem. Je weet geen rijmwoord meer en sluit af met “en nu is dit gedicht klaar”. Het gedicht kondigt zijn eigen einde aan, zoals een spreker die zegt “en dan ga ik nu afronden”. Als je vastzit, kies dan een ander rijmwoord voor de regel ervoor. De rijmmachine geeft je binnen een seconde twintig opties.
Het cadeau verklappen en dan doorgaan. “Hier zijn je nieuwe sloffen, veel plezier ermee, / en de Sint wenst je ook fijne feestdagen, oké?” Het gedicht is af bij “sloffen”. Alles daarna is uitloop.
Een wens die overal past. “Fijne pakjesavond en tot volgend jaar.” Dat is geen einde, dat is een handtekening. Vervang het door iets wat alleen bij deze persoon kan.
Schrijf de laatste regel eerst
De beste tip voor een goed einde is dezelfde als voor een goed begin: schrijf de laatste regel als eerste. Je weet wat het cadeau is, dus je weet waar het gedicht naartoe moet. Kies een concreet rijmwoord dat bij het cadeau of de persoon past (thermosfles, kou, adres, gezicht) en schrijf de regel ervoor daar naartoe. Zo weet je, nog voor je aan de eerste regel begint, dat het slot sterk is.
Daarna werkt alles achterstevoren: het midden mag plagen, het begin mag kennismaken, want je weet dat het goed afloopt. Precies zoals de Sint het graag ziet.
Komt het slot er toch niet uit? Vul een naam en een cadeau in bij de gedichtenmaker. Die schrijft het hele gedicht, inclusief een einde dat naar het pakje toe loopt, en zet er geen “groeten van Sint en Piet” onder, tenzij je dat zelf wilt.