Op pakjesavond met volwassenen gelden andere regels dan met kinderen. De Sint is een verteller met een knipoog, de pakjes zijn praktisch of grappig, en de gedichten mogen wat scherper. Maar scherp is niet hetzelfde als plat. Het verschil zit in het gevoel voor maat: een goede volwassen grap laat de ontvanger lachen, niet blozen.
De truc is herkenning. Volwassenen lachen om dingen die ze zelf doen en niet durven toe te geven: de bank die uitnodigt, de agenda die uitloopt, de mail die om twee uur ’s nachts verstuurd wordt. Een gedicht dat daarop mikt, werkt bij vrienden, partners en collega’s.
Hieronder staan sinterklaasgedichten voor volwassenen per situatie. Wil je weten hoe je een grappig sinterklaasgedicht maakt dat raak is zonder te kwetsen? Lees die tips. En zoek je het scherpere werk, kijk dan bij plagerige sinterklaasgedichten.
Voor vrienden en vriendinnen
Gedeelde geschiedenis is goud. Het weekend in Ardennen, de verhuizing en het gesprek van drie uur over niets.
Goedenavond, dit is het journaal van de Sint,
met nieuws over [naam], en dat gaat als de wind.
Vanmiddag om drie werd er paniek gemeld:
[naam] had de [hobby]-spullen in de la weggeveld.
Omstanders zagen een persoon in de stress,
die riep: "Waar is mijn [ding]? Het is bijna zes!"
De politie van Piet heeft de zaak onderzocht,
en vond onder de bank wat hij nergens meer zocht.
Dan nu het weer: morgen lacht [naam] de hele dag,
want dit pakje bevat wat niemand verwachten mag.
Recept van de Sint, voor iemand als jij:
pak een kom en een lepel, en een schort erbij.
Doe er drie scheppen lach in, en een snufje geduld,
en een flinke klont [hobby], tot de kom is gevuld.
Een scheutje eigenwijs, en een handvol plezier,
en roer het goed door, met een lepel, en met zwier.
Laat het rijzen, een nacht, bij de haard, heel zacht,
en kijk: daar is [naam], die vrolijk naar je lacht.
Piet heeft geproefd, en zegt: "Dit is het beste gerecht!"
En de Sint zegt: "Dat heb ik toch altijd al gezegd."
Dus als toetje een pakje, met een strik van papier:
smakelijk uitpakken, en het recept? Dat blijft hier.
Lieve [naam], kijk eens wat hier staat:
een bouwsel van karton, van plakband en draad.
De Sint zat tot drie uur met verf in zijn baard,
en Piet zocht de schaar, die lag onder het paard.
Het moet een [ding] zijn, zegt de Sint vol vertrouwen,
en wie het niet ziet, moet maar opnieuw gaan bouwen.
Dus pak hem maar uit, maar wees lief voor de doos,
de Sint vindt hem prachtig, al is Piet nog wat boos.
Beste [naam], de Sint zag je lopen op straat,
met je neus op het scherm en je hoofd in de staat
van "ik kijk nog heel even", drie uur achtereen,
tot je bijna de lantaarnpaal kuste, alleen.
Je weet wie er trouwt, wie er scheidt en wie danst,
maar wat oma vroeg aan tafel? Daarvan heb je geen kans.
De Sint heeft een voorstel, en Piet vindt het goed:
één avond het ding in een la, voor de moed.
Dus hier is een pakje, en kijk eens omhoog:
daar zitten je mensen, en die kijken je aan, oog in oog.
Voor je partner
Ondeugend maar netjes. Een knipoog naar gewoontes, het huishouden en de eeuwige discussie over de thermostaat.
Lieve mama, de Sint keek in zijn grote boek,
en vond onder jouw naam een lijst van een meter, zoek:
tandarts, gymkleren, een kaart voor de buurvrouw,
de hond naar de trimmer, en dat allemaal gauw.
Je weet waar de sleutels zijn, en wie wanneer waar moet zijn,
en je vindt zelfs de ene sok onder het gordijn.
De Sint zei tegen Piet: "Dat moest ik eens proberen,
één dag als mama, dan zou ik heel wat leren."
Dus hier is een cadeau, en nu niks regelen, hoor:
ga zitten, pak uit, en de afwas? Die doen wij, daar zorg ik voor.
Lieve [naam], de Sint stond op het dak,
en hoorde gezaag, dus hij dacht: timmerwerk, ja, zo'n vak.
Hij keek door het raam, maar er stond geen kist,
alleen jij op je rug, met een mond die niet wist.
De buren, die slapen met oordoppen in,
en de hond is verhuisd naar de schuur, naar het begin.
Je zegt dat je nooit snurkt, dat het de wind was, of zo,
maar de Sint heeft bewijs: een opname, hoho.
Dus hier is een pakje, pak uit, maar heel zacht,
want de rest van de straat is net ingeslapen vannacht.
Lieve [naam], de Sint pakte zijn grote boek,
en bladerde terug naar januari, naar de hoek
waar jij stond, met goede voornemens en een plan:
meer sporten, minder snoep, en "dit jaar kan ik het, man".
In februari was het plan alweer kwijt,
maar jij was er wel, bij elk feest, elke tijd.
Maart bracht de regen, april bracht de zon,
en jij bracht de koffie, elke ochtend, met een bon.
De zomer was lang, met een reis naar [plek],
waar je verdwaalde, maar lachend, zonder gebrek.
September kwam snel, oktober was nat,
en november, dat weet je, is de maand van dít en dát.
De Sint keek het door en zei toen tegen Piet:
"Dit was een goed jaar, voor [naam], dat zie je, niet?"
Dus hier is een pakje, met liefde erin,
voor het jaar dat was, en het jaar dat nu nog begint.
Handleiding van de Sint, lees hem goed, en niet vlug,
want wat eenmaal open is, dat gaat niet terug.
Stap één: ga zitten, op een stoel of de bank,
en schud er eens aan: hoor je een klank?
Stap twee: lees het label, daar staat jouw naam,
en klopt die niet, leg het dan terug, bij het raam.
Stap drie: zoek het plakband, dat zit vaak heel vast,
Piet nam een hele rol, dus pak een schaar uit de kast.
Stap vier: scheur het papier, en gooi het niet weg,
want dat hergebruikt de Sint, volgend jaar, zeg!
Stap vijf: kijk erin, en roep hard: "Wat een cadeau!"
Bij klachten: bel Piet, die zit achter zijn bureau.
Voor collega's
Volwassen humor op kantoor houdt het bij werk. Vergaderingen, koffie en de planning die altijd uitloopt.
Lieve [naam], je letter was nergens meer te zien,
dus nu krijg je een X, dat past ook wel, misschien.
Een X is een kus, zegt Piet, en dat is wel zo fijn:
zo'n kus van chocola mag best wat groter zijn.
Beste [naam], de Sint kwam langs op kantoor,
hij zocht je bureau en volgde het spoor
van koffiekopjes, wel zeven op rij,
en een post-it met "zo terug" van half drie.
Je bent altijd vrolijk, soms net iets te laat,
maar als de printer vastloopt, ben jij onze maat.
Je kent elke roddel, je sluit elke deal,
en zonder jouw grappen is de afdeling niet heel.
Dus hier een cadeautje, van je stiekeme fan:
pak uit, en de koffie? Die haal ik wel dan.
Beste [naam], de Sint keek vanochtend eens rond,
in jouw videocall, waar hij jou thuis vond.
Een blouse erboven, gestreken en strak,
en onder de tafel pantoffels: gemak!
Je zegt: "Ik ben hier!", maar je mute staat nog aan,
en je kat komt voor de camera even staan.
De Sint vindt het prima: je werkt met veel zin,
en jouw koffiezetter heeft de beste bonen erin.
Dus hier een cadeau voor de plek waar je zit:
zet je mute even uit, dan horen we: "Wat is dit?"
Beste [naam], de Sint zag een toren bij je bed,
van twintig boeken, nog in het plastic, heel net.
Je koopt er steeds één, als je langs de winkel gaat,
en zegt: "Die lees ik straks," maar straks wordt altijd laat.
De Sint vroeg aan Piet: "Hoe hoog wordt die nog?"
Piet zei: "Tot het plafond, en daarna door het dak, toch?"
Dus hier is er nog één, voor de top van je toren:
lees hem eerst, dat zou de Sint heel graag horen.
Grappig voor de hele groep
Een gedicht voor een tafel vol volwassenen werkt met herkenbare grappen die niemand in verlegenheid brengen.
Hallo [naam], ik ben het, het paard van de Sint,
ik schrijf met mijn hoef, dus vergeef het als je een vlek vindt.
Ik draaf elke nacht over daken, heel zacht,
met de Sint op mijn rug, en Piet die achter me lacht.
Bij jou op het dak was het glad, en het vroor,
en ik gleed bijna uit, maar ik ging gewoon door.
Toen rook ik iets lekkers, zo zoet en zo fijn,
door de schoorsteen omhoog: dat moest een wortel zijn!
Ik at hem in één hap, en daarna nog een,
want jij had er twee in je schoen, en dat zag ik meteen.
Piet zei: "Hé, paard, die tweede was voor mij!"
Maar ik deed alsof ik niks hoorde, en was heel blij.
Dus [naam], bedankt, van mijn manen tot mijn staart,
jij bent, zegt het paard, een hele wortel waard.
Dit pakje heb ik zelf gedragen, de hele nacht,
en ik zette het voor je neer, heel stil en heel zacht.
Lieve [naam], de Sint keek dit jaar met je mee,
en hij schreef alles op, met Piet, met z'n twee.
Hij zag jou met [hobby], van de ochtend tot de nacht,
en hoe je dan straalt, en hoe je dan lacht.
Piet probeerde het ook, maar dat ging niet zo snel,
dus hij houdt het maar bij pepernoten, dat kan hij wel.
Dus hier is [cadeau], voor bij [hobby], van mij:
pak het uit, en dan word je hopelijk net zo blij.
Lieve [naam], de Sint had dit jaar weinig tijd:
de stoomboot liep vast, en zijn staf was hij kwijt.
Dus dit rijm is wat korter, maar wel echt gemeend,
en het is niet gekocht, en ook niet geleend.
Hij weet dat je graag met [hobby] bezig bent,
dus de Sint had een idee, op het laatste moment.
Hier is [cadeau], met een strik en een lint,
van iemand die jou heel bijzonder vindt.
Beste [naam], de Sint zag je bladeren, heel snel,
naar de laatste bladzijde, en dat kent hij wel.
Je leest eerst het einde: wie wint, wie het deed,
en dan lees je het begin, terwijl je alles al weet.
De Sint vond het raar, en Piet ook, maar och,
het is jouw manier, en het werkt voor jou toch.
Dus hier is een boek, maar met plakband erom:
de laatste bladzijde zit vast, dus begin maar vooraan, kom!
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Volwassen is niet plat Een dubbelzinnige knipoog werkt, een grove grap niet. Ga je twijfelen, dan is dat meestal het signaal om te schrappen.
- 2 Gebruik gedeelde herinneringen Een grap die alleen deze groep begrijpt, zoals het ene etentje of die ene reis, is veel sterker dan een algemene grap.
- 3 Speel met het cadeau Volwassenen krijgen meestal iets praktisch of iets grappigs. Laat het gedicht de cadeaukeuze op de hak nemen.
- 4 Houd rekening met de zaal Met een tafel vol vrienden mag het scherper dan met schoonouders erbij. Pas de dosering aan wie er luistert.
- 5 Bewaar de prik voor het eind Begin neutraal en bouw op naar de grap. Een ondeugende laatste regel blijft hangen, een ondeugende openingsregel niet.