De meeste mensen zoeken korte sinterklaasgedichten om een goede reden: er moeten er nog zes geschreven worden, het is al woensdag, en het cadeau is een chocoladeletter. Een lang gedicht bij een klein pakje voelt bovendien scheef. Kort is dan geen compromis, het is de juiste keuze.
Het geheim van een kort sinterklaasgedicht is schrappen. Geen inleiding over december, geen “de Sint zat te denken”. Je begint bij de persoon, je noemt één ding dat de Sint heeft gezien, en je eindigt bij het cadeau. Vier regels als het kan, acht als het moet.
Hieronder staan korte sinterklaasgedichten per toon en per situatie. Ze zijn geschreven om te kopiëren: vervang de details tussen [haken], lees het hardop en klaar. Wil je er een die precies over jouw oma of collega gaat? Dan maakt de gedichtenmaker er binnen vijf minuten een, zonder AI, met alinea’s die door mensen zijn geschreven.
Kort en lief
Vier tot acht regels die warm klinken zonder zoet te worden. Voor oma, mama, je partner of de juf.
Lieve [naam], de Sint zag je lachen bij het raam,
en schreef met een hartje in zijn boek jouw naam.
Je bent lief voor je vrienden, en eerlijk en blij,
de Sint is zo trots, en Piet ook, allebei.
Dus hier is een armbandje, glimmend en fijn,
dan zal de Sint altijd een beetje bij je zijn.
Lieve [naam], je schoentje stond klaar,
met een wortel voor het paard, dat vond hij heel raar,
want het paard wil het liefst wat jij ook graag lust:
een pepernoot, een kus, en dan lekker rust.
Lieve [naam], de Sint zag je zingen bij het vuur,
je zong voor hem een liedje, wel een heel uur.
Je zette je schoen, met een tekening erin,
van de Sint op zijn paard, en dat was precies zijn zin.
Dus hier is een letter van lekkere chocola,
de eerste van je naam: zing maar, dan zing ik je na.
Lieve [naam], de Sint zag alles wat je deed:
het kaartje, de bloemen, en wat niemand verder weet.
Je vraagt nooit om dank, en je doet het gewoon,
dus de Sint zegt het nu, op zijn liefste toon:
dit pakje is voor jou, en het zegt maar één woord:
"Bedankt!" Want dat is het woord dat bij jou hoort.
Lieve [naam], de Sint zag het licht in je raam,
en hij schreef in zijn boek met een hartje jouw naam.
Want jij maakt het warm voor iedereen om je heen,
dus dit pakje is voor jou, en voor jou alleen.
Kort en grappig
Eén grap, één cadeau, klaar. De kortste weg naar een lach aan tafel.
Lieve [naam], je letter was nergens meer te zien,
dus nu krijg je een X, dat past ook wel, misschien.
Een X is een kus, zegt Piet, en dat is wel zo fijn:
zo'n kus van chocola mag best wat groter zijn.
Lieve [naam], de Sint wilde je hele naam,
in letters van chocola, op een rij voor het raam.
Maar Piet hield de wacht, en hij at er één op,
en toen nog een paar, en toen riep de Sint: "Stop!"
Dus van al die letters bleef er eentje over, kijk nou:
de eerste, de mooiste, en die is voor jou.
Lieve [naam], je letter is nog bijna heel,
op één hoekje na, maar dat is niet veel.
Piet moest even proeven, voor de kwaliteit,
en hij zegt: "Heel lekker!" Dat hoekje ben je kwijt.
Lieve [naam], raad eens, wat zit hier nou in?
Het is geen fiets, geen pony, en ook geen spin.
Het is niet te groot, en het is niet te klein,
en de Sint denkt: dit vind jij vast heel fijn.
Geef je het op? Dan zegt Piet het maar gauw:
het is [cadeau], van de Sint, voor jou!
Een letter van chocola, de eerste van je naam,
de Sint heeft hem bewaard, veilig achter het raam.
Delen mag van de Sint, dat vindt hij heel lief,
maar Piet knipoogt: "Alleen opeten is ook een prima gerief."
Kort bij een klein cadeau
Bij een chocoladeletter, sokken of een zak pepernoten hoort geen epos. Deze gedichten passen op het kaartje.
De Sint zag je sokken, met gaten, wel drie,
en dacht: dat kan beter, dus hier, voor je knie
tot je tenen iets nieuws, lekker warm en niet grijs,
en ja, het zijn sokken. Maar wel van de Sint, dus wees wijs.
Lieve oma, het wordt kouder, zei de Sint,
en koude voeten, dat is niets voor zijn vrind.
Dus hier is iets warms, voor op de bank en in bed,
van Sint en van Piet, met een kus erop gezet.
Pepernoten, pepernoten, rollen door de gang,
[naam] raapt ze op, de hele middag lang.
Eén in je mond en één in je schoen,
wat moet de Sint nu met al die pepernoten doen?
Hier is een zakje, extra groot, extra vol:
pepernoten voor [naam], dat is pas lol!
Lieve [naam], de Sint vroeg wie er voor me klaarstaat,
en ik zei meteen: jij, of het nu goed of slecht gaat.
Je belt als ik verdrietig ben, je lacht als ik lach,
en je stuurt me een kaartje op elke rare dag.
Dus hier is een mok, voor de thee bij ons gesprek,
want met jou en een kop thee is zelfs maandag niet gek.
Kort voor kinderen
Kinderen luisteren hooguit acht regels. Daarna willen ze het pakje. Deze gedichten houden daar rekening mee.
Klop, klop, klop, wie klopt daar op de deur?
De Sint met een pakje, in een vrolijke kleur!
Een beer voor [naam], zo zacht en zo fijn,
die mag elke nacht bij jou in bed zijn.
Plons, plons, plons, wie spettert in het bad?
Dat is [naam], en de vloer is weer nat!
De Sint hoorde lachen, wel drie keer, wel vier,
dus hier is een eendje, voor nog meer plezier.
Hop, hop, hop, daar gaat het paard van de Sint,
over de daken, heel zacht, met de wind.
Hop, hop, hop, en wie zit er op het dak?
Piet met een pakje voor [naam] in de zak!
Zing maar, zing maar, wie zingt er zo fijn?
Dat is [naam], bij de schoen, nog zo klein.
Zing maar, zing maar, de Sint zingt met je mee,
en hier is een trommel, dan zingen we met z'n twee.
Kort voor collega's en volwassenen
Voor het lootje op kantoor of de volwassen tafel. Kort, netjes en met een knipoog.
Lieve [naam], de Sint kwam vanavond voorbij,
met zijn paard en zijn Pieten, en een pakje erbij.
Er zit [cadeau] in, dat verklapt hij alvast,
en hij hoopt dat het heel goed bij je past.
Lieve [naam], dit rijm heeft Piet zelf geschreven,
want de Sint lag op de bank, en die is daar gebleven.
Het rijmt niet zo mooi, en het ritme is raar,
maar het pakje is leuk, en het gedicht? Dat is klaar.
Lieve [naam], de Sint duwde, en Piet die trok,
maar het pakje zat vast in de schoorsteen, als een blok.
Dus kwam het door de voordeur, met een zucht en een plof,
en de Sint zit nog steeds onder het roet en het stof.
Lieve [naam], de Sint hield het kort dit jaar,
want wat jij voor ons doet, past toch niet in één paar
regels, of tien, of een boek zo dik:
dus hier een cadeautje, met een strik en een knik.
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Eén detail is genoeg In acht regels past precies één hobby of gewoonte. Kies de meest herkenbare en laat de rest weg.
- 2 Schrijf de laatste regel eerst Het cadeau is de ontknoping. Weet je waar je eindigt, dan schrijf je de regels ervoor in een paar minuten.
- 3 Gebruik korte regels Acht tot twaalf lettergrepen per regel leest makkelijker voor dan een lange zin die halverwege kraakt.
- 4 Laat de inleiding weg "Het is weer december" kost twee regels en zegt niets. Begin met de persoon of met wat de Sint zag.
- 5 Lees het hardop Een kort gedicht moet in één adem kunnen. Struikel je, dan is een regel te lang.