Een boek is een van de weinige cadeaus die iets zegt over wie je bent. Je geeft het omdat je iemand kent: de smaak, de gewoonte om tot laat te lezen en het genre dat altijd op het nachtkastje ligt. Een sinterklaasgedicht bij een boek kan dat uitspelen en er een grap aan koppelen.
De beste gedichten bij een boek beginnen bij de lezer, niet bij het boek. Wat doet deze persoon met boeken? Leest ze in bad, slaat hij hoofdstukken over, ligt er een stapel naast het bed? Laat de Sint dat zien en eindig met het boek als oplossing.
Hieronder vind je gedichten bij een boek voor volwassenen en kinderen, grappig en lief. Kopieer wat past en vervang de details tussen [haken]. Zoek je rijm? Kijk dan bij rijmwoorden op boek. Kijk ook naar een sinterklaasgedicht bij een cadeau voor andere cadeaus.
Grappig bij een boek
Over de stapel die al naast het bed ligt en het boek dat ook deze keer tot na het kerstdiner blijft liggen.
Beste [naam], de Sint zag je bladeren, heel snel,
naar de laatste bladzijde, en dat kent hij wel.
Je leest eerst het einde: wie wint, wie het deed,
en dan lees je het begin, terwijl je alles al weet.
De Sint vond het raar, en Piet ook, maar och,
het is jouw manier, en het werkt voor jou toch.
Dus hier is een boek, maar met plakband erom:
de laatste bladzijde zit vast, dus begin maar vooraan, kom!
Lieve [naam], de Sint keek om middernacht,
en zag bij jou nog een lampje, heel zacht.
Je lag met een boek, en je zei: "Nog één,
nog één hoofdstuk, en dan ga ik slapen, meteen."
Om half één zei je het, om half twee nog een keer,
en om drie uur sliep de Sint al, maar jij las nog meer.
Piet vroeg aan de Sint: "Hoe loopt het verhaal?"
"Weet ik niet, ik sliep al bij hoofdstuk zes, helemaal."
Dus hier is een boek, voor een avond met thee,
en nog één hoofdstuk? Ach, doe er maar twee.
Beste [naam], de Sint zag een toren bij je bed,
van twintig boeken, nog in het plastic, heel net.
Je koopt er steeds één, als je langs de winkel gaat,
en zegt: "Die lees ik straks," maar straks wordt altijd laat.
De Sint vroeg aan Piet: "Hoe hoog wordt die nog?"
Piet zei: "Tot het plafond, en daarna door het dak, toch?"
Dus hier is er nog één, voor de top van je toren:
lees hem eerst, dat zou de Sint heel graag horen.
Lieve mama, de Sint zag de stapel naast je bed,
twintig thrillers hoog, met een lamp erop gezet.
Je zegt om twaalf uur: "Nog één hoofdstuk, dan,"
en om drie uur roep je: "Ik wist het, het was die man!"
Je raadt elke dader al op pagina tien,
en dan zeg je: "Die butler, die had ik al gezien."
Je kijkt naar de buurman en fronst je wenkbrauw:
"Waarom zet hij zijn vuilnisbak 's avonds zo gauw?"
En de Sint? Die kwam laat, en dat vond jij verdacht,
dus je vroeg naar zijn alibi, met een glimlach, heel zacht.
Bij films is het erger, zegt iedereen vaak:
"Niet verklappen!" Maar jij zegt het toch, met smaak.
Dus kijkt de familie nu met koptelefoon op,
want anders roep jij na tien minuten: "De butler, stop!"
Daarom een boek, van de Sint en van Piet:
en deze keer raad je de dader echt niet.
Lieve oma, de Sint zag je zitten vannacht,
met de puzzel van duizend, bijna af, dacht hij zacht.
Maar het hoekje rechtsboven, dat ene stukje blauw,
lag onder de stoel, met de kat ernaast, miauw.
Je lost de cryptogram op voor de koffie is koud,
en je weet elke datum, van jong tot stokoud.
De Sint vroeg aan Piet: "Wie onthoudt alle dingen?"
Piet zei: "Oma, die kan zelfs mijn lijstje nog zingen."
Dus hier is een pakje, en kijk goed om je heen:
het mist nog een stukje, maar dat ligt er niet alleen.
Voor de lezer
Voor wie altijd een boek bij zich heeft. Lief, warm en met respect voor het genre.
Lieve [naam], de Sint zag een lampje laat in de nacht,
onder je deken, waar een boek op je wacht.
Je leest over draken, spionnen en zee,
en je boek gaat altijd en overal mee.
Je leest aan het ontbijt en je leest op de fiets,
en als iemand iets vraagt, dan hoor je echt niets.
De Sint zei tegen Piet: "Die leest sneller dan wij,
straks leest die mijn grote boek, en jouw brieven erbij."
Dus hier is een boek, en een lampje van Piet:
lees onder de deken, maar zeg het je ouders niet.
Lieve opa, de Sint zat bij jou aan de thee,
en jij nam hem meteen naar vroeger mee:
naar de school met de kachel, de fiets zonder band,
en de zomers met je broertjes op het zonnige strand.
De Sint hing aan je lippen, Piet at een koek,
en schreef alles op in het grote Sintboek.
Want elk verhaal wordt mooier, elke keer weer,
en de fiets van toen heeft elk jaar een versnelling meer.
De kleinkinderen kreunen: "Die hebben we gehoord!"
maar ze vragen erom, bij elk feest, woord voor woord.
Dus vertel ze maar, opa, ze zijn het nooit zat,
want jouw verhalen zijn onze mooiste schat.
De Sint geeft je een boek met pagina's, nog wit,
schrijf daar je verhalen in, met alles wat erin zit.
Dan lezen we later, bij de thee, op de bank,
jouw verhalen nog eens, en we zeggen: opa, dank.
Lieve [naam], de Sint kwam langs, maar je deur was dicht,
er hing alleen een kaartje: "Ben op reis, zie bericht."
Dus de Sint pakte zijn paard en ging achter je aan,
naar Lissabon, en daarna naar een vulkaan.
Je slaapt in een hangmat, je zwemt in de zee,
en je neemt uit elk land een souvenirtje mee.
De familieapp loopt vol met foto's, elke dag:
een strand, een berg, en jijzelf met een lach.
Piet raakte je kwijt in een bus in Peru,
want jij stapte uit en zei: "Hier blijf ik nu!"
De Sint werd wat moe, zijn mijter zat scheef,
en zei: "Ik ben blij dat ik gewoon in Spanje leef."
Dus hier is een reisgids, van de Sint en van Piet,
met plekken waar jij nog nooit was, en veel zijn het niet.
En kom je weer thuis, dan staat de thee voor je klaar,
en vertel je ons alles, tot het eind van het jaar.
Voor kinderen
Een voorleesboek, een stripboek of een boek over dinosaurussen. Kort, met het kind als hoofdpersoon.
Hé [naam], de Sint kwam, en jij vroeg meteen: "Waarom?
Waarom heeft u een paard, en waarom is uw staf zo krom?
Hoe past u door de schoorsteen? En waar slaapt Piet?
En waarom zijn pepernoten rond, en vierkant niet?"
De Sint krabde zich achter zijn mijter en zei:
"Die jongen weet straks meer dan ik en Piet, allebei."
Je wilt alles weten, van sterren tot vis,
en je vraagt het meteen, ook als het bedtijd is.
Dus hier is een boek met de antwoorden erin,
maar ken ik je goed, dan is dat pas het begin.
Zo schrijf je er zelf een
- 1 Verwijs naar het genre Een thriller vraagt om een Sint die rechercheert, een kookboek om een Sint die proeft. Het genre is je rode draad.
- 2 Speel met de leesstapel Iedereen heeft er een. De stapel naast het bed die nooit korter wordt is herkenbaar en veilig om te plagen.
- 3 Noem de titel pas in de slotregels Laat de titel de ontknoping zijn. Dan blijft het spannend en past het boek mooi als laatste woord.
- 4 Schrijf een gedicht in de stijl van het boek Een detective kan een gedicht als dossier zijn, een kookboek als recept. Dat is origineel en onthoudbaar.