Een sinterklaasgedicht zonder plagen is een kaartje met een rijm erop. Het hoort erbij: de Sint die precies weet wat je dit jaar hebt uitgespookt, en dat met een glimlach op tafel legt. Maar iedereen kent ook het gedicht dat net iets te ver ging, na afloop een stilte gaf en daarna een hele avond bijpraten nodig had.
Het goede nieuws: de grens is te vinden. Hieronder vind je drie vragen om te stellen voordat je een regel schrijft, lijstjes met veilige en onveilige onderwerpen, een test die je in tien seconden doet en per relatie een richtlijn.
Drie vragen voordat je begint
Stel jezelf deze drie vragen, in deze volgorde. Vind je bij één van de drie een nee, dan kies je een ander onderwerp.
1. Kan de ontvanger hier zelf om lachen, ook als hij of zij in een slechte bui is? Niet “kan het wel”, maar “kan het ook op een dag dat het tegenzit”. Iemand die altijd te laat is, lacht meestal wel om een gedicht over zijn fiets die het ook niet haalt. Iemand die net een reorganisatie achter de rug heeft, lacht niet om een grap over “snel weer een nieuwe baan”.
2. Zitten er mensen bij die het gedicht anders horen dan jij? Een grap over je zus die altijd te laat is, werkt aan tafel met familie. Dezelfde grap voor de partner van je zus, die voor het eerst meekomt, klinkt ineens als een verwijt.
3. Is het gedrag, of is het iets wat iemand niet kan veranderen? Gedrag is plaagbaar: koffie morsen, altijd twee keer terugkomen voor je sleutels, drie uur praten over één potje voetbal. Dingen die je niet kiest, zoals lengte, haar, gezondheid of leeftijd, laat je met rust.
Veilig en onveilig: twee lijstjes
Veilig om te plagen
- Gewoontes: de vijfde kop koffie, het eeuwige “ik ben er over vijf minuten”.
- Hobby’s met een obsessie: puzzels van duizend stukjes, de fiets, het tuinhuis.
- Spullen: de telefoon die altijd leeg is, de auto die nooit wordt gewassen.
- Uitspraken: de zin waar iedereen op wacht.
- Verhalen die de ontvanger zelf vertelt: hij of zij heeft het zelf aangezwengeld, dus het mag.
Onveilig, ook als je het bedoelt als grapje
- Gewicht, uiterlijk, leeftijd en gezondheid.
- Geld, schulden, salaris of wat iemand “niet kan betalen”.
- Relaties, ex-partners en alles wat met zwangerschap of kinderwens te maken heeft.
- Verlies en rouw, ook als het al lang geleden is.
- Een recente blunder op werk of school die iemand nog niet zelf heeft grappig gemaakt.
Wil je het uitgebreider nalezen, kijk dan bij wat je nooit in een sinterklaasgedicht zet.
De lach-samen-test
Dit is de test die alle regels samenvat. Lees de regel hardop en stel je voor dat de ontvanger naast je zit.
- Lacht hij of zij mee, of lacht iedereen om hem of haar?
- Zou hij of zij hetzelfde verhaal zelf aan een vriend vertellen?
- Blijft de grap leuk als er een vreemde meeluistert?
Lachen mét iemand is plagen. Lachen óm iemand is pesten met een rijm erbij. Eén ja op “lacht iedereen om hem” is genoeg om de regel te schrappen.
Voorbeeld: goed en fout
Neem Lars, die altijd zijn bril kwijt is. Dit is een veilige grap, want het is gedrag en Lars overdrijft het zelf ook:
Lars zoekt elke ochtend naar zijn bril, die op zijn hoofd zit, en dan wordt hij stil.
Hier plaagt de Sint over iets wat Lars zelf zou vertellen. Het gedicht eindigt daarna met het cadeau, bijvoorbeeld een brillenkoker met een lintje.
Dezelfde Lars, maar nu fout:
Lars, je buik is zo groot als een ton, de Sint zegt: geen koek meer, alleen nog een bon.
Het rijmt, maar het gaat over zijn lichaam, en dat kan Lars niet veranderen door er een gedicht over te krijgen. De grap valt op de verkeerde plek. Zeg je het toch graag, dan maak je er een gewoonte van: “Lars zit elke vergadering bij de koekjes”, dat is gedrag.
Per relatie: waar ligt de grens?
Collega Houd het bij wat iedereen kan zien: koffie, bureau, de vaste uitspraak in vergaderingen. Laat privéleven, salaris en werkdruk weg. Hoe minder je iemand kent, hoe zachter de grap. Meer over een gedicht voor een collega en wat je voor een collega schrijft die je amper kent.
Schoonfamilie Hier ligt de grens het dichtst bij. Plaag over gedeelde dingen zoals het koffiezetapparaat of de taart die elk jaar op dezelfde plek staat, en niet over familiegeschiedenis. Je bent te gast, dus een compliment onderaan helpt. Bekijk het gedicht voor de schoonfamilie.
Kinderen Kinderen vinden plagen leuk zolang ze weten dat het van de Sint komt en dat ze er goed uitkomen. Plaag over dingen die ze trots vertellen: elke bal in de bovenhoek, de kamer die “bijna” opgeruimd is. Niet over school, vriendjes of dingen die ze eng vinden.
Partner Je kent elkaar het beste, dus je mag het meeste, maar het publiek luistert mee. Plaag over huishoudelijke gewoontes en dingen waar jullie samen om lachen. Houd het persoonlijkste voor een kaartje onder het gedicht.
Altijd eindigen met iets liefs
Een goed plaaggedicht eindigt altijd warm. Twee of drie regels waarin de Sint zegt waarom hij het allemaal toch zo leuk vindt: de gewoonte die schattig is, de hobby waar iemand zo goed in is. Dan weten alle luisteraars, de ontvanger voorop, dat de plagerij liefde was.
Zoek je voorbeelden waarbij de toon al goed zit? Op de pagina met plagerige sinterklaasgedichten staan gedichten die precies op die lijn zitten. Wil je hulp bij de grap zelf, lees dan hoe je een grappig gedicht maakt. Of vul het formulier in bij de gedichtenmaker en noem bij het karakter dat de ontvanger tegen een grapje kan. De alinea’s zijn door mensen geschreven en blijven aan de veilige kant van de grens.