Het is vijf over negen op een maandag in november. Op je bureau ligt een gevouwen lootje, en daarop staat de naam van iemand die je alleen kent van de lift. Je weet dat hij op de tweede verdieping zit. Misschien weet je ook dat hij graag thee drinkt. Dat is het.
Dit is geen ramp. Een gedicht voor een collega die je amper kent hoeft niet diep te zijn, het moet alleen laten zien dat je even hebt gekeken. Daarom hier drie bronnen waar je details haalt, welke thema’s veilig zijn en drie voorbeeldgedichten die je kunt aanpassen.
Drie bronnen voor details
1. Het bureau
Loop er (tactvol) langs en kijk. Wat staat er op het bureau? Een plant? Een foto van een hond? Een mok met een opschrift? Een bureau vertelt meer dan je zou denken, en alles wat daar staat, heeft de collega zelf gekozen om te laten zien.
Noteer drie dingen: een voorwerp, een gewoonte en een kleur. Daar kun je altijd een regel van maken.
2. De agenda en de routine
Wat doet de collega elke week? Een vaste lunchwandeling, een wekelijks overleg, een vroege koffie. Routine is een veilige bron, want je plaagt over gedrag dat iedereen kan zien. Kijk in de gedeelde agenda of let op wat er om dezelfde tijd gebeurt.
3. Andere collega’s
Vraag aan één collega die hem of haar beter kent: “Wat vindt die graag?” Meestal krijg je binnen een minuut iets bruikbaars: een hobby, een lievelingskoekje, een uitspraak. Maak er geen interview van en vraag niets over privéleven.
Veilige thema’s
Als je weinig weet, blijf dan bij wat iedereen kan zien en leuk vindt:
- Koffie en thee. Hoeveel kopjes, hoe sterk, welke mok.
- Het bureau. Planten, opschriften, orde of juist niet.
- De vaste routine. Lunchtijd, koekjesmoment, vroege vogel.
- Het werkmateriaal. De pen die iedereen mist, de printer waarmee alles misgaat.
- Een compliment. Dat de collega altijd groet, altijd helpt, altijd rustig blijft.
En wat je weglaat: privéleven, salaris, gezondheid, werkdruk en alles wat met conflicten te maken heeft. De lijst staat uitgebreider in wat je nooit in een gedicht zet.
Voorbeeld 1: het bureau
Voor een collega met een nette werkplek:
De Sint liep door de gang, zo stil, hij zocht jouw bureau, want dat is wat hij wil. Hij zag een plant die nog leeft, en een mok vol thee, en een stapel mappen, netjes, twee bij twee. Hij dacht: wie zo goed de agenda bijhoudt, verdient iets warms, want kantoor is vaak koud. Dus pak maar uit, het ligt al klaar, van de Sint, en van wie jou trok, en dat is waar.
Voorbeeld 2: de routine
Voor een collega van wie je alleen de vaste lunchplek kent:
Ik trok jouw lootje en dacht: wie is dat nou? Gelukkig vertelde de Sint me alles over jou. Je lunch eet je altijd bij het raam, aan de kant, met een boterham kaas en een boek in je hand. Je groet iedereen altijd met een lach, dus de Sint dacht: dit pakje past bij jou, deze dag. Zo, nu ken ik je al een beetje, dat is fijn, volgend jaar mag je me meer vertellen, zodat het leuker kan zijn.
Voorbeeld 3: de koffie
Voor de collega die elke ochtend de koffie zet:
De Sint heeft gezien, want hij ziet alles, ook hier, dat jij elke ochtend de eerste bent met plezier. Je zet voor de ploeg ook de koffie klaar, en dat doe je zo stilletjes al jaar na jaar. Dus zegt de Sint: bedankt voor elke kop, nu krijg jij er eentje, en dat is dus top. Pak maar uit, neem een koekje erbij, fijne pakjesavond, van de Sint en van mij.
Zo pas je het aan
Zet in elk voorbeeld de details om. Vervang “thee” door wat je collega drinkt, “plant” door wat op het bureau staat, en laat de laatste twee regels bij het cadeau aansluiten. Lees het gedicht hardop. Het ritme blijft goed als je evenveel lettergrepen gebruikt.
Kloppen de rijmwoorden niet meer? Typ ze in de rijmmachine of kijk bij rijmwoorden op “cadeau”. Voor meer ideeën over wat in het gedicht kan, lees je de 25 invalshoeken.
Waar vind je meer?
Op het gedicht voor je collega staan voorbeelden en een formulier waarmee je een gedicht laat maken. De pagina lootjes trekken heeft gedichten voor wie een lootje heeft en nog niet weet wat te doen. En wil je liever zeker weten dat het gedicht aan de veilige kant blijft, lees dan waar de grens van plagen ligt.
Wat als je echt niets weet?
Soms staat er een naam op het lootje van iemand die je nog nooit hebt gesproken, bijvoorbeeld een collega van een andere vestiging. Dan werkt een andere aanpak: schrijf over wat jij niet weet.
Ik trok jouw lootje, wie ben jij dan? Ik weet alleen je naam, en dat jij ons helpen kan.
Dan en kan rijmen volledig, en de grap is dat de schrijver eerlijk is. Sluit af met een uitnodiging voor volgend jaar, bijvoorbeeld een koffie samen, zodat je dan wel iets weet om over te schrijven.
Eerlijkheid over het feit dat je iemand niet kent, is verrassend sympathiek. Het lucht de sfeer, en de ontvanger weet dat jij moeite hebt gedaan. Combineer het met een neutraal cadeau, zoals een lekkere thee of chocolade, en je bent er.