Direct naar de inhoud
binnen 5 minuten een uniek gedicht Nog 56 dagen tot pakjesavond
sint-gedichten.nl
Rijmen 6 min lezen ·

Rijmen voor sinterklaas: 8 trucs als het niet lukt

Iedereen loopt vast op hetzelfde woord, meestal de hobby of het cadeau. Met deze acht trucs rijm je er omheen, eroverheen of er dwars doorheen, zonder dat het gedicht er krom van wordt.

Hulpsinterklaas Hoofdrijmer bij sint-gedichten.nl

Je hebt het cadeau, je hebt het perfecte detail, en dan staat daar dat ene woord. Piano. Volleybal. Spreadsheet. Je staart ernaar, je mompelt “…ano, …ano”, en na tien minuten heb je nog niets. Rijmen voor sinterklaas is geen talent, het is een handvol trucs. Dit zijn de acht die de hoofdrijmer zelf het vaakst gebruikt, in volgorde van hoe vaak je ze nodig hebt.

1. Zet het moeilijke woord in het midden van de regel

De belangrijkste truc, en de reden dat de meeste mensen vastlopen: ze zetten het lastige woord automatisch aan het eind. Daar hoeft het helemaal niet te staan. Een rijmwoord is alleen het laatste woord van de regel, de rest van de regel mag alles bevatten.

Fout, want nu moet er iets op piano rijmen:

De Sint zag jou spelen op je piano,

Beter, want nu rijm je op “kamer”:

Je piano staat al jaren in de kamer, en jij speelt erop, elk jaar een beetje bekwamer.

Dat werkt met elk onmogelijk woord. Volleybal, hockeystick, spreadsheet, Volvo: in het midden, en de regel loopt door naar een woord dat wél rijmt.

2. Rijm op het detail, niet op het cadeau

Mensen willen graag op het cadeau rijmen, omdat dat de clou is. Maar het cadeau heeft maar één naam, en het detail van de persoon heeft er tientallen. Iemand die vist heeft een hengel, een plas, een jas, een boot, een emmer en een thermoskan. Kies het detail waar het makkelijkst op rijmt.

Elke zaterdag sta jij weer aan de plas, en kom je thuis zonder vis, maar met een natte jas.

Het cadeau komt dan in de laatste regels, en daar heb je meer keus dan je denkt: pakje, geschenk, presentje, verrassing. Op de rijmwoorden op cadeau zie je meteen dat “bureau” en “niveau” er ook bij horen.

3. Halfrijm mag, één keer

Halfrijm is rijm waarbij de klinker klopt maar de medeklinker niet, of andersom: “Piet” en “fiets”, “sportschool” en “vol”. In een gedicht van twintig regels mag dat één keer, liefst ergens in het midden, waar niemand het hoort. In de laatste twee regels, bij het cadeau, wil je volrijm. Dat is het moment waarop iedereen luistert.

De vuistregel: halfrijm is een noodgreep, geen stijl. Gebruik je het twee keer, dan klinkt het gedicht slordig.

4. Ritme boven rijm

Dit is de truc die ervaren rijmers onderscheidt van beginners. Een regel die perfect rijmt maar niet loopt, klinkt als struikelen. Een regel die loopt, klinkt als een gedicht, zelfs als het rijm een beetje wankelt.

Dit rijmt, maar loopt niet:

Jij bent iemand die ’s ochtends heel vroeg in de kas aan het werk gaat met de koffie nog in je hand, en de Sint heeft gezien dat je ook op zondag al in de kas staat met je laarzen aan de rand.

Dit rijmt én loopt:

De Sint zag jou om zeven uur al in de kas, met koffie in de hand en modder op je jas.

Zie je wat er gebeurde? De tweede versie zegt minder, maar het zegt het beter. Schrap alles wat niet nodig is tot de regel kort genoeg is om in één adem te zeggen. Meer hierover lees je in het artikel over ritme en rijmschema.

5. Doe de klaptest

Lees de twee regels hardop en klap op elke lettergreep waar de nadruk ligt. “De SINT zag JOU om ZEven UUR al IN de KAS”: zes klappen. De tweede regel moet ongeveer evenveel klappen hebben. Heeft de tweede regel er vier of acht, dan voel je meteen waar het hapert.

De klaptest kost tien seconden en vangt negen van de tien kromme regels. Doe hem bij elk regelpaar, niet alleen aan het eind. En doe hem hardop: in je hoofd loopt alles.

6. Zet het zelfstandig naamwoord vooraan, het werkwoord achteraan

Op zelfstandige naamwoorden rijmt vaak weinig (piano, computer, tuinstoel). Op werkwoorden rijmt bijna alles: gaan, staan, doen, zien, kijken, lopen, slapen. Begin de regel dus met het ding en eindig met wat ermee gebeurt.

Piano spelen doe jij elke avond laat, de Sint hoorde het al aan de overkant van de straat.

Hetzelfde geldt voor bijwoorden: “weer”, “nog”, “altijd”, “vaak” zijn makkelijke rijmwoorden en ze passen aan het eind van bijna elke regel.

7. Kies een synoniem

Rijmt het woord niet, dan rijmt zijn broertje misschien wel. Op “cadeau” rijmt weinig, op “pakje” veel (zakje, gebakje, takje). Op “Sinterklaas” rijmt alleen “baas”, “kaas” en “dwaas”, op “de Sint” rijmt “vindt”, “kind”, “wint”, “begint”. Op “chocoladeletter” rijmt niets, op “letter” wel.

Wie piano speelt, speelt ook klavier:

Jij speelt het liefst de hele dag klavier, en de Sint hoorde het: dat klinkt naar veel plezier.

Een snelle lijst om te onthouden: Sinterklaas wordt de Sint, pepernoten worden kruidnoten of strooigoed, cadeau wordt pakje of geschenk, en de stoomboot wordt gewoon de boot. Op rijmwoorden op sinterklaas en rijmwoorden op piet zie je precies waarom die synoniemen zo veel schelen.

8. Laat de rijmmachine helpen

Na zeven trucs mag je het ook gewoon opgeven, maar dan wel slim. Op de rijmmachine typ je het woord waar je op vastloopt en krijg je direct rijmwoorden: de gangbaarste woorden eerst, gesorteerd op lettergrepen, met de sinterklaaswoorden en namen apart. Typ “kas” en je ziet jas, glas, plas en was. Typ “Daan” en je ziet gaan, staan, baan en maan.

Het belangrijkste bij een rijmwoordenlijst: kies niet het eerste woord dat rijmt, maar het woord dat bij de persoon past. Een lijst geeft je twintig opties, het gedicht heeft er maar één nodig, en dat is degene waar de luisteraars bij denken: “ja, dat is hem helemaal”.

Wil je helemaal niet rijmen? Dan vul je een naam in bij de gedichtenmaker en krijg je een compleet gedicht in je mail, zonder AI, uit alinea’s die door mensen geschreven zijn. Daar mag je dan nog altijd twee regels zelf aan toevoegen. Met truc 1 tot en met 7.

Nog één ding: schrijf de tweede regel eerst

Alle trucs hierboven worden makkelijker als je andersom werkt. Bedenk eerst het rijmwoord van de tweede regel (een woord waar veel op rijmt en dat bij de persoon past), en schrijf de eerste regel ernaartoe. Je rijmt dan nooit meer “naar” een moeilijk woord, maar altijd “vanaf” een makkelijk woord. In het artikel over beginnen staat precies hoe dat werkt, met twaalf openingszinnen om te oefenen.

En lees alles hardop. De Sint doet dat ook.

Gratis gedicht Ons algoritme kent al deze tips al Laat het gedicht maken, zonder één cliché.

Door verder te gaan, ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden van de gedichtenmaker. In de privacyverklaring lees je wat we met je gegevens doen.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Wat als er echt niets rijmt op het woord dat ik nodig heb?
Dan zet je dat woord niet aan het eind van de regel maar in het midden, en rijm je op het woord erna. Op piano rijmt bijna niets, maar een regel als 'de piano staat al jaren in de kamer' rijmt prima op 'bekwamer'.
Mag halfrijm in een sinterklaasgedicht?
Eén keer in een lang gedicht valt het niemand op, zeker als het ritme klopt. In de laatste twee regels, bij het cadeau, wil je wel volrijm: dat is de regel die iedereen hoort.
Is ritme echt belangrijker dan rijm?
Ja. Een regel die niet rijmt maar wel loopt, klinkt als een gedicht. Een regel die rijmt maar struikelt, klinkt als een ongeluk. Lees altijd hardop en klap mee.
Hulpsinterklaas Hulpsinterklaas schrijft al jaren gedichten voor de Sint als die het te druk heeft. Hij kent elk rijmcliché, weet precies waar plagen ophoudt en leest alle gedichten eerst hardop voor aan Piet. Meer over Hulpsinterklaas →