Er zijn rijmparen die je op elke pakjesavond in Nederland hoort. Ze zijn niet fout, ze rijmen keurig, maar ze zeggen niets over de persoon die het gedicht krijgt. Het zijn de rijmwoorden van de automatische piloot: je zet “Sinterklaas” aan het eind van de regel en je vingers typen “baas” voordat je hersens iets kunnen zeggen.
Hieronder de zeven ergste, met per cliché de uitleg waarom het niet werkt en twee betere rijmwoorden, elk met een voorbeeldregel die je zo kunt overnemen. Het principe erachter is steeds hetzelfde: het rijmwoord moet iets over de persoon vertellen, niet alleen de regel afmaken.
1. Sinterklaas op baas (of paas, of dwaas)
“Sinterklaas, de goede baas” en “dat was dwaas” zijn de twee rijmwoorden die iedereen kent, en “paas” komt tevoorschijn als het echt niet meer lukt. Het probleem: de Sint is in het gedicht de verteller, niet het onderwerp. Elke regel die over hém gaat, is een regel die niet over de ontvanger gaat.
Beter: relaas en kaas. Het eerste woord kondigt het verhaal aan, het tweede past bij iemand die daadwerkelijk van kaas houdt (en wie niet).
Lieve [naam], hier is een bericht van Sinterklaas, over jou en je gewoontes volgt nu een relaas.
Er kwam een briefje binnen bij Sinterklaas: jij snijdt elke avond stiekem nog een plakje kaas.
Nog beter: gebruik “de Sint”. Daarop rijmt vindt, kind, wint, begint en lint, allemaal woorden waar je een situatie in kwijt kunt. Kijk op de rijmwoorden op sinterklaas en op sint en je ziet het verschil.
2. Cadeau op zo
“Hier is je cadeau, en dat is zo.” Het woord “zo” doet in die regel niets, het vult alleen de plek waar een rijmwoord moest staan. Luisteraars horen dat meteen.
Beter: bureau en niveau. Het bureau werkt bij elke collega, het niveau bij iedereen die ergens goed in is.
De Sint liep gisteren op kantoor langs jouw bureau, en dacht: die stapel daar, die vraagt om een cadeau.
Je kookt al jaren op het allerhoogste niveau, dus hier is, voor de chef, een passend cadeau.
Op de rijmwoorden op cadeau staan ook plateau en tableau, en op kado de kortere variant. Rijm je liever niet op het cadeau? Zet het dan in het midden van de regel en rijm op het woord erna, zoals in onze acht rijmtrucs.
3. Piet op niet
“Dat weet Piet, en dat is niet…” Het woord “niet” is het meest gebruikte rijmwoord van Nederland, en het dwingt je bijna altijd tot een ontkenning die nergens over gaat.
Beter: friet en lied. Allebei concreet, allebei makkelijk aan een persoon te koppelen.
Jij eet het liefst elke vrijdag friet, dat weet de Sint, en dat weet ook Piet.
Zing je weer onder de douche je eigen lied? Dat hoorde zelfs, boven op het dak, de Piet.
Andere goede opties: geniet, verliet, biet (voor de tuinder) en verschiet. Zie de rijmwoorden op piet.
4. Pakje op dakje
Piet staat op het dakje, het pakje gaat door de schoorsteen, en het verkleinwoord stapelt zich op het verkleinwoord. Het beeld is al zo vaak gebruikt dat niemand het nog ziet.
Beter: gebakje en zakje. Het gebakje hoort bij iemand met een zoetekauw, het zakje bij de pepernoten die toch al op tafel staan.
Je eet elke dag bij de koffie een gebakje, dus van de Sint krijg jij vandaag dit stevige pakje.
Piet strooide in de gang een heel vol zakje, en daartussen lag, speciaal voor jou, dit pakje.
Kun je het pakje missen? Dan is “geschenk” een fijn alternatief: daarop rijmt denk, wenk en schenk. Alle opties staan bij de rijmwoorden op pakje.
5. Lief op brief
“Dit is een brief van de Sint, voor jou, zo lief.” Het is de opening van een gedicht dat zichzelf aankondigt, en “lief” is zo algemeen dat het op iedereen past. Dat is precies het probleem: een goed sinterklaasgedicht past maar op één persoon.
Beter: creatief en sportief. Ze beschrijven iets wat de persoon doet, en ze zijn allebei volrijm op lief.
Lieve mama, je bent voor ons allemaal zo lief, en bij elk ruzietje verrassend creatief.
De Sint vindt jou, net als wij, ontzettend lief, en op het voetbalveld bovendien heel sportief.
Andere opties uit dezelfde familie: positief, actief, intensief, en voor de fotograaf in de familie: archief.
6. Jaar op klaar
“Het is weer die tijd van het jaar, de Sint staat klaar.” Dit is de opening van tienduizend gedichten en ze zegt alleen dat het december is. Dat wisten de luisteraars al, ze zitten naast de pepernoten.
Beter: gitaar en raar. De gitaar voor de muzikant die al maanden hetzelfde nummer oefent, raar voor elke gewoonte waar de Sint zijn wenkbrauwen bij optrekt.
Jij oefent nu al bijna een jaar datzelfde ene liedje op je gitaar.
De Sint hoorde dat jij al meer dan een jaar elke ochtend je sleutels zoekt, hij vindt dat raar.
Rijm je toch op het seizoen, probeer dan de rijmwoorden op december, die lijst is korter maar verrassender.
7. Zoet op goed
“Je was dit jaar weer zoet, dus het komt wel goed.” Dit is het cliché voor kinderen, en het is eigenlijk een beoordeling: de Sint deelt een cijfer uit. Kinderen horen dat, en de spanning gaat eraf. Het rijmt bovendien zo gemakkelijk dat je er nooit een echte situatie in kwijt kunt.
Beter: ontmoet en hoed. Het eerste woord maakt van de Sint een getuige, het tweede brengt Piet in beeld.
De Sint vindt jou het leukste kind dat hij ontmoet, behalve om half acht, als je naar bed toe moet.
Je stond vooraan bij de intocht, met een groet, en Piet zwaaide terug, met de veer op zijn hoed.
Kijk ook bij de rijmwoorden op kind: daar rijmt het op vindt, begint en wint, en dat zijn woorden waar een kind iets mee doet in plaats van iets wat het ís.
Waarom clichés rijmen zo makkelijk maakt (en zo saai)
Al deze rijmparen hebben hetzelfde geheim: het rijmwoord is een bijwoord of een algemeen bijvoeglijk naamwoord. Zo, niet, klaar, goed, lief. Daar rijmt alles op en ze passen in elke zin, en dat is precies waarom ze niets zeggen. Vervang het rijmwoord door een zelfstandig naamwoord dat bij de persoon past (bureau, friet, gitaar, gebakje) en de regel wordt in één klap persoonlijk.
De snelste manier om zulke woorden te vinden: typ het woord waar je op wilt rijmen in de rijmmachine. Je krijgt de gangbaarste rijmwoorden eerst en de sinterklaaswoorden apart. Sla de bovenste drie over (dat zijn meestal de clichés) en kies het eerste woord dat je aan de persoon doet denken.
En heb je geen zin om zelf te rijmen? De gedichtenmaker schrijft een compleet gedicht uit alinea’s die door mensen zijn geschreven, zonder AI en zonder één keer “Sinterklaas, de goede baas”. Dat beloven we.