Een gedicht dat je met een pen op een kladblokpagina hebt geschreven, werkt prima. Maar een gedicht dat eruitziet als een oude oorkonde, opgerold met een lint en met een pepernoot erbij, is meteen een cadeau op zich. Het kost je een kwartier extra en het verandert de hele sfeer rond het voorlezen.
Hieronder vind je alles om je gedicht mooi te maken: lettertypes, papier, de perkament-look, knutselideeën voor kinderen en hoe je het oprolt.
Lettertype: kies leesbaar, niet mooi
De fout die bijna iedereen maakt: een sierlijke letter voor het hele gedicht. Dat ziet er op de pagina mooi uit en leest voor de voorlezer als een raadsel. Houd het gescheiden.
- Titel en naam: hier mag je sierlijk zijn. Een handschrift- of kalligrafieletter geeft meteen de juiste sfeer.
- Het gedicht zelf: een rustige letter met schreef, minstens twaalf punten groot. Liever veertien als er een kind of oudere leest.
- Regels en strofen: elke versregel op een eigen regel, een lege regel tussen de strofen. Zo ziet de voorlezer waar hij adem kan halen.
Een kleurtje werkt ook: donkerbruin of donkerrood is zachter dan zwart en past beter bij perkament. Vermijd lichte kleuren, die zie je in kaarslicht niet meer terug.
Papier: wat past bij wat?
- Standaard printpapier is prima. Gebruik 100 grams of zwaarder, dan voelt het stevig als je het oprolt.
- Crèmekleurig of licht gebroken wit geeft meteen een perkament-sfeer zonder dat je iets hoeft te doen.
- Kraftpapier werkt voor een stoere, eerlijke look, maar kies dan een donkere inkt, want op bruin papier wordt lichte tekst onleesbaar.
- Een A5-formaat past in de meeste surprises. Een A4 rol je op voor een opvallende presentatie.
De perkament-look zonder speciaal papier
Zonder speciale materialen:
- Laat een theezak in heet water trekken, wring hem uit en laat hem afkoelen.
- Dep een leeg vel papier voorzichtig met de natte zak tot een vlekkerige beige kleur.
- Laat het papier helemaal drogen onder een boek, zodat het niet golft.
- Print het gedicht pas daarna, want natte inkt loopt uit.
- Scheur de randen licht in voor een oud randje.
Lijkt dat te veel moeite? Print dan op crèmekleurig papier, dat is het snelste alternatief.
Tekenen en knutselen met kinderen
Kinderen maken van een gedicht een project. Dat werkt dubbel: ze zijn bezig en het cadeau wordt persoonlijker.
- Een rand tekenen. Laat ze een kader tekenen met pepernoten, mijters en sterren. Wees er niet te precies over, dat hoort bij de charme.
- Een illustratie bij de strofe. Bij elke vier regels een tekening: de schoen, de zak, de schoorsteen. Voor een peuter is een stempel met een pepernoot genoeg.
- Zelf het gedicht overschrijven. Een kind van zeven of acht kan het gedicht met een mooie pen overschrijven, onder toezicht.
- Een stoplap van wc-rolletjes. Maak er een kleine Piet van en lijm hem in de hoek.
- Een stempel van een aardappel. Een halve aardappel in de vorm van een ster of een hart, doop hem in rode verf, stempel hem over de rand.
Zoek je een gedicht voor je kind om voor te lezen? Op de pagina Sinterklaasgedicht voor kinderen staan voorbeelden per leeftijd.
De pdf uit de gedichtenmaker
Heb je een gedicht laten maken met de gedichtenmaker, dan krijg je een pdf per mail. Daar kun je op twee manieren mee verder:
- Direct printen op crèmepapier, en hier en daar een lint of tekening bij.
- Als basis gebruiken. Kopieer de tekst naar je eigen document, kies je eigen lettertype en voeg een illustratie toe.
De pdf is gratis. Je kunt hem ook mailen aan degene die het gedicht moet voorlezen, zodat die het op een telefoon of tablet kan openen als back-up.
Oprollen met lint
Het oprollen is het moment waarop een vel papier een cadeau wordt.
- Rol het gedicht strak op, met de tekst naar binnen.
- Bind een rood lint rond het midden, niet te strak. Een dubbele knoop is veiliger dan een strik, want die schiet los.
- Schuif er een takje, een kaneelstokje of een pepernoot onder.
- Schrijf de naam van de ontvanger op een label of op de buitenkant.
Past het in de surprise? Dan verstop je het gedicht erin, bijvoorbeeld in een flesje of een koker.
Voor je het weggeeft
Een korte controle, want niets is zo jammer als een prachtig opgemaakt gedicht met een typfout:
- Staat de naam van de ontvanger er goed in?
- Past elke regel op de pagina zonder afbreking?
- Is de tekst groot genoeg om bij kaarslicht te lezen?
- Heb je een reservekopie, voor als de Sint het per ongeluk omver gooit?
Heb je nog geen gedicht? Begin met het stappenplan, en leer daarna hoe je het voorleest. Opmaken is het laatste klusje, niet het eerste.
Opmaken voor de verschillende ontvangers
Niet elk gedicht hoeft dezelfde look te hebben. Een paar combinaties die goed werken:
- Voor een kind: grote letters, veel witruimte, een tekening naast elke strofe.
- Voor opa of oma: een groter lettertype en donkere inkt op licht papier. Dit is geen detail, maar het verschil tussen meelezen en tevergeefs turen.
- Voor een collega: sober en netjes, met een kleine decoratie bovenaan. Op kantoor wil niemand een aardappelstempel in zijn tas.
- Voor een partner: een foto of kleine tekening in de hoek, met een persoonlijke regel onderaan in je eigen handschrift.
Vergeet bij kinderen niet dat het knutselen zelf de pret is. Een scheve rand is geen fout, maar het bewijs dat het zelfgemaakt is. Laat het dus liever een beetje rommelig dan keurig dichtgeplakt door een volwassene.